Het langste concert

Iers Gaelic

Gaeltacht bij Teelin

In Ierland wonen vijf miljoen mensen. In de Ierse grondwet staat dat Iers (het Ierse Gaelic) de eerste officiële taal is. Ook in de Europese Unie is Iers een van de erkende talen.  Jammer alleen dat hooguit 25.000 mensen, een half procent, deze taal goed kunnen spreken. Deze mensen wonen in de officieel erkende Iers sprekende gebieden, Gaeltacht, die zich vooral in het uiterste Westen bevinden, zoals Donegal, Mayo, Galway en Kerry. Een gebiedje met nog relatief veel Iers sprekende mensen bevindt zich bij Teelin aan de Donegal Bay. Ook het plaatsje Kilcar maakt deel uit van deze Gaeltacht. Volgens Wikipedia wonen in deze plaats met vier kroegen, een katholieke kerk en twee textielfabrieken 258 mensen.

Festival

 

Als wij in het Derrylehan-hostel verblijven, is het in Kilcar, een paar kilometer daarvandaan, feest. Het is daar vaak feest, het ene festival na het andere met muziek- en dansworkshops, concerten, ‘crossroad dance’ en een speciale ‘heritage day’. Op vrijdag 10 augustus vallen wij met de neus in de boter. Voor en in het gebouw van de openbare bibliotheek (onderdeel van de Áislann Chill Charta – Kilcar cultural centre) zijn er allerlei spullen te koop en worden verschillende ambachten gedemonstreerd zoals het maken van touw van rietstengels of iets dergelijks. Een paar jonge fiddelaars spelen buiten een van die eentonige Ierse deuntjes. In het door vrijwilligers gerunde café is er koffie en taart. Het hele dorp zit hier. Wij zijn de enige toeristen. Na lang wachten krijgen we onze taart en maken een praatje met vriendelijke ‘locals’.  We kopen ook nog een CD met opnamen van een lokale muzikant, die we later in de vuilnisbak gooien, zo vals klonk de viool. Daarna doen we inkopen in de supermarkt en gaan terug naar ons hostel.

Closing Concert

Wij zijn al bekend
RM3_9203.jpg
Kilcar

Op zaterdag wordt het festival met een groots concert afgesloten. Om kwart over zeven wandelen wij van het hostel naar de ‘parish hall’. Als we daar om acht uur aankomen, is het al behoorlijk druk aan het worden. Wij worden begroet door bekenden uit het cultureel café van de vorige dag. Wij zijn hier al bekend. Wij zijn die toeristen die op vrijdag taart gegeten hebben. We veroveren een mooie plek, niet te dichtbij maar ook niet te ver van het podium. Veel aanwezigen behoren duidelijk tot de artiesten. Dat zie je aan hun mooie jurken, dure schoenen en blote ruggen.

Commemorating Cunningham

Het is een heel bijzonder concert: “Closing Concert – Commemorating  the Music of Peter and Teresa Cunningham”. Deze inmiddels overleden Peter en Teresa waren belangrijk voor het culturele en vooral muzikale leven van het dorp Kilcar en plaatselijk waren zij beroemdheden. Het hele concert draait om mooie herinneringen aan deze inspirerende mensen en er zijn optredens door familie van de Cunninghams, vrienden van de familie en familie van vrienden.

Indrukwekkende ballades, aangrijpende fiddle-muziek

Het programma wordt geïntroduceerd door een Iers (en gelukkig ook Engels) pratende ceremoniemeester die op het laatst ook nog iets mag spelen. Het wordt een bonte aaneenschakeling van allerlei soorten muziek. Interessant zijn vooral de in het Ierse Gaelic  gezongen onbegeleide ballades. Geen woord van te verstaan, maar wel indrukwekkend. Dan is er nog een heel lang verhaal, een ‘optelverhaal’ waarbij in elke herhaling een zin werd toegevoegd. Waar het over gaat, begrijpen we niet, want het is in het Iers. De zaal moet wel heel hard lachen. Heel mooi is dan een langzaam duo van twee fiddlers, een droevig lied over een schipbreuk. Aangrijpende melodie, heel zuiver en beheerst gespeeld. Maar dan volgen er weer vals gezongen en slecht begeleide country-melodieën. Eén familielid van de Cunnigham clan speelt zelfs een Chopin-sonate op een elektrische piano. Je maakt wat mee in Ierland.

Kauwgompianiste

Na de pauze gaat het nog meer dan een uur door met  af en toe een mooie ballade, dan weer een vreselijk country- of popnummer. Dan is er een band van meisjes (met de blote ruggen). Opvallend in de schijnwerpers is het meisje dat uitgebreid kauwgom kauwt terwijl ze ongeïnspireerd haar pianopartij afraffelt. Een virtuoze mondharmonicaspeler maakt daarna weer veel goed. Het om half negen begonnen concert is vlak voor twaalven achter de rug. We lopen nog even naar een van de vier kroegen. Daar staan aan de bar en aan de tafels vlakbij ons de Gaelic zingende dames, de virtuoze  mondharmonicaspeler en de kauwgompianiste. Terwijl we nog aan onze Guinness zitten, bestel ik een taxi. Die is er veel te snel. Niet veel later zijn we terug in ons hostel.

Voor meer indrukwekkende muziekervaringen tijdens de vakantie zie ook Wanklanken in de Provence.

Blogs over onze Ierse vakantie 2018

 

Derry en Belfast

Derry

Na een nacht met heel veel regen ontbijten wij op vrijdag in een keuken van het hostel van Malinbeg, het eind evan de wereld waar bijna niets gebeurt. De lounge is niet beschikbaar. Twee Italiaanse jongetjes hebben hier al hun plastic oorlogstuig op tafels en stoelen gestald en maken dreigende geluiden met vliegtuigen, bommen en raketten in hun hand. Maar dit is letterlijk kinderspel vergeleken met wat we de dagen daarna zullen horen en zien. Door de regen rijden we naar de stad Donegal. Een paar koppen koffie en sandwiches later rijden wij richting Noord Ierland, dat niet noordelijker maar wel oostelijker ligt dan de provincie Donegal. Onze navigatie wijst ons de weg naar Bed & Breakfast, Cathedral View in de wijk Bogside van Derry (door de Engelsen Londonderry genoemd).

Bogside
RM3_9446.jpg
Bogside, Cathedral

De Bogside, traditioneel de wijk van de eenvoudige katholieke arbeiders, is wel even schrikken. Brede, kale straten, kleine niet allemaal goed onderhouden huizen. Natuurlijk was het hier veertig jaar geleden nog veel armoediger en woonden er in elk huisje wel drie gezinnen, maar een vrolijke, gezellige, welvarende wijk, nee, dat is het niet. Het is het decor van de strijd tussen katholieken en protestanten die in Derry in de jaren zestig van de vorige eeuw begon en daarna meer dan dertig jaar geduurd heeft. Als we in de B&B aankomen, zijn de ‘troubles’  het eerste onderwerp dat onze gastheer aansnijdt. Waar zou je het hier anders over moeten hebben? Nog voor het avondeten wandelen wij een tijd door dit deel van Derry en zien de verbeten gezichten en harde teksten op de vele muurschilderingen (‘murals’) die aan de harde strijd uit de jaren 60 en 70 herinneren: de ‘Battle of the Bogside’ (1969) en het dieptepunt ‘Bloody Sunday’ (1972).

Bogside history tour
RM3_9451.jpg
Guildhouse

Op zaterdag laten wij het ons nog eens goed uitleggen tijdens een ‘Bogside History Tour’. Onze gids, Paul Doherty, is de zoon van een van de eerste doden die op Bloody Sunday zijn gevallen, Patrick Doherty. Zoals te verwachten toont zoon Paul veel sympathie voor het katholieke verzet tegen de protestantse overheersing in die dagen, maar hij praat de misdaden van de IRA zeker niet goed. De rondleiding begint in het Guildhouse en, omdat het buiten regent, neemt onze gids daar al veel tijd om de achtergronden van Bloody Sunday uit te leggen. Het wordt duidelijk uit zijn verhaal dat het katholieke verzet begon als een burgerrechtbeweging, geïnspireerd door bewegingen elders in de wereld, zoals de emancipatie van zwart Amerika (Martin Luther King), het verzet tegen koloniale overheersing op veel plaatsen in de wereld en de Franse studentenopstand van 1968. De kern van het oorspronkelijke verzet waren de ongelijke rechten van protestanten en katholieken, onder meer door de manipulatie van kiesdistricten (‘gerrymandering’) en de koppeling van kiesrecht aan woningbezit in het voordeel van de protestante minderheid, die politiek zo in de meerderheid was. De Britten als koloniale macht.

Bloody Sunday

RM3_9428.jpg

De sfeer werd grimmig toen de politie niet ingreep bij diverse aanvallen van unionisten op nationalisten. Op 30 januari 1972 schoten militairen, die werden ingezet  om de politie te versterken bij een protestmars tegen de ‘internment’, 26 mensen neer, van wie 13 op die dag overeden en één vier maanden later. Vanaf dat moment was het conflict niet meer in de hand te houden en de ‘troubles’  in Noord Ierland duurden tot 1998.

Terwijl we nog in het Guildhouse staan, vertelt onze gids over Bloody Sunday Inquiry die vanaf maart 2000 plaatsvond. In 2010 werd het eindrapport aan de overheid overhandigd.

RM3_9441.jpg

De Inquiry heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat de militairen op Bloody Sunday op  ongewapende mensen hebben geschoten die geen enkele bedreiging vormden. Pas in juni 2010 bood David Cameron zijn excuses aan in het Lagerhuis. Volgens hem waren de “shootings … both unjustified and unjustifiable.”

RM3_9444.jpg
Het monument voor de slachtoffers van Bloody Sunday

Met onze gids lopen wij langs de verschillende ‘murals’ in de Bogside: grimmige teksten, verbeten en angstige gezichten uit een andere tijd, maar toch ook weer niet zo lang geleden. Aan het eind van de tocht staan we bij het monument voor de veertien dodelijke slachtoffers. Bovenaan de lijst op het monument staat ‘Patrick J. Doherty’ en zijn zoon legt ons uit wat hier gebeurd is.

Belfast

Black Taxi
Belfast Central 1976

Twee dagen later wordt onze les in recente Ierse geschiedenis voortgezet. We hebben een ‘black taxi tour’  in Belfast geboekt. Toen tijdens het hoogtepunt van de ‘troubles’ niet alleen een groot deel van de bussen was opgeblazen maar ook de wegen in zo’n slechte toestand waren dat een bus er niet meer overheen kon, was de ouderwetse zwarte taxi hét vervoermiddel waar je nog wel van A naar B mee kon. Zelf zat ik in 1976 in zo’n taxi  met mijn toenmalige vriendin. We waren op weg van Schotland naar Ierland via Stranraer en Larne. Vanaf Larne ging een trein naar Belfast. In Belfast reden we per taxi van het ene naar het andere station. Onze bagage werd buiten op de taxi gebonden, want al die ontploffende bagage hadden ze liever niet in de cabine. Wat waren we blij toen we een uur later de Ierse Republiek binnenreden.

De katholieke kant
RM3_9514.jpg
Peace Wall

42 jaar later zitten Petra en ik weer in zo’n taxi. We rijden eerst naar de katholieke wijk die ernstig te lijden heeft gehad onder de ‘troubles’.  Wij lopen vlakbij de ‘peace wall’, de muur die de katholieken en protestanten uit elkaar moest houden en er nog steeds staat. Tot onze verbazing zegt onze taxi-gids dat de poorten in deze muur nog elke avond op slot gaan en dat de mensen aan de katholieke kant de gaas-constructies op hun balkons (tegen inkomende brandbommen, etc.) nog steeds niet hebben afgebroken. Het zou zo weer kunnen beginnen.

RM3_9515.jpgWe kijken naar de vele ‘murals’ aan de katholieke kant met vreselijke beelden van Bombay Street, waar in 1969 vrijwel alle huizen van katholieken door loyalisten in brand werden gestoken. Onze gids verteld hoe dat ging: als ze vriendelijk waren, vertelden ze van te voren wanneer ze je huis in brand gingen steken. Dan kon je op tijd weg.

Op andere ‘murals’ wordt Bobby Sands als een soort heilige vereerd.  Hij is vooral bekend van zijn hongerstaking in de gevangenis met als belangrijkste thema het recht om erkend te worden als politieke gevangenen en niet als misdadigers, een wens die door Margaret Thatcher natuurlijk niet werd ingewilligd. Toen hij in mei 1981 overleed, zei Thatcher:  “Mr. Sands was a convicted criminal. He chose to take his own life. It was a choice that his organisation did not allow to many of its victims”.

RM3_9519.jpg
Bobby Sands
De protestante kant

RM3_9536.jpg

Nu we zo langzamerhand overtuigd beginnen te raken van het grote onrecht tegen IRA-helden als Bobby Sands, staan we opeens aan de andere kant van de ‘Peace Wall’. Ook hier ‘murals’ met verheven teksten en plechtige portretten, met als enig verschil dat de helden van de andere kant van de muur hier de misdadigers zijn en omgekeerd. Wat de IRA allemaal  tegen de unionisten heeft uitgehaald, is niet minder wreed en misdadig. We staan stil bij het  monument voor de slachtoffers  van de aanslag op de pub Bayardo in augustus 1975: “5 innocent protestants murdered” staat er op de staalconstructie die op het laatste overblijfsel van het gebouw is geplaatst. Tijdens de bomaanslag stortte vrijwel het hele gebouw in.  We lopen nog even langs de grote gezellige winkelstraat aan deze Britse kant. Het is hier op Shankill Road Britser dan Brits. Overal Britse vlaggen en van een huis is de zijgevel bedekt met mooie foto’s van het koningshuis.

RM3_9532.jpg
Britser dan Brits

Zo koningsgezind is geen enkele Engelse stad.  Ik kan nog steeds niet helemaal bevatten wat ik gezien heb: twee werelden met hun eigen helden, hun eigen standbeelden en hun eigen vervormde interpretatie van de geschiedenis. In een opwelling van naïviteit zeg ik tegen onze gids: het is mooi al deze monumenten, maar wordt het niet eens tijd een gemeenschappelijk monument neer te zetten waar protestanten en katholieken samen hun slachtoffers kunnen herdenken. Hij loopt op mij af en geeft mij een hand: “Natuurlijk, dat zou er moeten gebeuren”.

RM3_9531.jpg

 

Blogs over onze Ierse vakantie 2018

Fietsen in Polen …

Rust

Toen ik op 12 juni 2018 in de trein van Amsterdam naar Leiden zat, vroeg een oudere dame met enige bezorgdheid in haar stem: “Is het niet eenzaam zo alleen op de fiets door Polen?”.

P1000523.jpg

Ik gaf een eerlijk antwoord. “Ja, ik ben wel veel alleen geweest, maar zoveel aanleg voor eenzaamheid heb ik niet. Het is vooral erg rustig. Dagen lang gebeurt er bijna niets. Je ziet alleen het boerenland, de ooievaars, de bossen, de kerken en hier en daar een winkeltje, voordat je dan na zeven of acht uur fietsen in de late middag of vroege avond bij je gereserveerde ‘Agroturystyczna’ (Bed & Breakfast bij een boerderij) of hotel aankomt en dan, als je geluk hebt vijf minuten met de gastvrouw of -heer een praatje maakt over het weer of zoiets.

P1000658.jpg

Tijdens de rit word ik rustig. Elke dag gaat mijn mentale tempo omlaag. Ik denk en voel langzamer. Sommige mensen geven heel veel geld uit om naar een klooster in Frankrijk te gaan waar je niet mag praten. Voor bijna geen geld fiets ik in Polen, waar ik alleen maar in mezelf kan praten, maar dat verveelt gauw.”

Een lange tocht

Op 26 mei kwam ik per trein in Bydgoszcz aan en begon de volgende dag aan mijn fietstocht. De eerste dagen langs de rivier de Wisła naar het Noordoosten en vervolgens langs de noordgrens van Polen vlak onder Kaliningrad en Litouwen naar het Oosten totdat ik vlakbij Wit-Rusland was.

Polen2018.png

Vandaar naar het Zuiden en het Zuidwesten naar Warschau. Alles bij elkaar 1111 km met een gemiddelde snelheid van niet meer dan 12,5 km per uur, zo’n acht uur per dag fietsen.

Mooi weer, vogels en af en toe mensen

Een letterlijk verslag zou heel saai zijn, zoals de meeste vakantieverslagen van de meeste mensen onleesbaar saai zijn, honderden regels achter elkaar zoals:

P1000311.jpg

“En toen ging ik proviand kopen in winkeltje X, zag ooievaars in dorp Y, reed langs rivier Z om tenslotte bij hotel H aan te komen.”

Ik kan volstaan met de volgende feiten.

Het weer was elke dag uitstekend, vrij warm zelfs. De zon scheen van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. De fietspaden waren uitstekend tot onbegaanbaar. Er was nauwelijks verkeer. Er waren veel zangvogels in de bomen en struiken, waarvan ik echter de namen niet weet. Dan waren er overal ooievaars, hier en daar een kraanvogel, een rode wouw of een kiekendief.

P1000316.jpg

Ik sprak behalve met de mensen van de overnachtingsgelegenheden en de mensen in de winkels bijna met niemand, af en toe een beetje elementair Pools en vaak in eenvoudig Engels of Duits.

Verbonden met de wereld

Alles was overal goedkoop. Voor meer dan zeventien Euro heb ik nooit gegeten en de hotels waren niet duurder dan €32 per nacht. Overal was goed mobiel internet zodat ik het Wereldnieuws kon blijven volgen.

P1000292.jpg
Podwiesk – een Pools dorp

Op mijn telefoon las ik het interessante boek van Steven Pinker (The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined) dat mij nog eens overtuigde van de onzin van romantische ideeën over de terugkeer naar het beschermde leven in de beperkte kring van familie en dorp, dit tegen de achtergrond van Poolse dorpen waarin het leven zeker geen pretje moet zijn.

Ik heb een paar verhaaltjes opgeschreven over ervaringen en gedachten tijdens deze tocht.

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Het echte platteland

Misplaatst cappuccino-instinct

Fietsend langs de dijken van de Wisła of door de grensgebieden met Litouwen moest ik vaak denken aan eerdere fietstochten. Als ik in Engeland of Schotland om een uur of negen vertrok van mijn B&B of hostel, fietste ik in de regel een uur of twee, soms iets langer, en ging in het eerste dorp van betekenis een grote kop cappuccino drinken. Heerlijk bestrooid met bruine rietsuiker, soms een muffin erbij.

P1000496.jpg
Srokowo – winkels, geen terrassen

Als ik in Polen zo’n twee uur gefietst had, werd dit cappuccino-instinct weer wakker en kreeg ik visioenen van lekkernijen en koffie. Maar ook als ik vier of vijf uur gefietst had, was ik nog nergens een terrasje of een cafétje tegengekomen waar ik zoiets had kunnen bestellen. Ja, gedurende de twaalf dagen fietsen, ben ik zeker vier terrassen tegengekomen, maar onvoldoende om een dagritme op te kunnen baseren. De lunch was al even problematisch.

Staande lunch

Gelukkig zijn er op veel plekken winkeltjes, Pools: sklep. Zo’n sklep ziet er uit als een lage schuur, niet veel anders dan ze er in de socialistische tijd uitzagen, en over het algemeen zijn elementaire levensbehoeften er wel te koop.

P1000572.jpg
Picknickplaats?

Maar waar moet ik mijn broodje kaas dan gaan klaar maken en opeten. Een zeldzame uitzondering daar gelaten: er zijn geen bankjes of picknicktafels in Noordoost-Polen. Rond een uur of twee besloot ik meestal het broodje staand bij de fiets te smeren en op te eten.

Geen romantische country-side

Het duurde even voordat ik me realiseerde dat ik hier op het echte platteland was. Dit is niet wat Engelsen de countryside noemen: een romantisch idee van het eenvoudige leven op het land. De countryside is natuurlijk geen platteland. Het is een deel van de stad, een construct van de romantische stedeling. De boeren mogen, door het plaatsen van koeien, schapen en het rondrijden op tractoren voor een romantische achtergrond zorgen. Daarvoor krijgen ze vrijwel niets betaald, maar ze vervullen een onmisbare rol in het creëren van een decor.

P1000457.jpg
Krekole

De countryside is een soort omgekeerd stadspark. Is een stadspark een stukje park in de stad, de countryside is de stad op het land. En zo zat ik maar wat te mijmeren, terwijl ik hallucineerde over gezellige terrassen aan het water en restaurants met romantisch (“locally sourced, organic, etc. “) streekvoedsel.

De hele dag op de tractor

P1000463.jpg
Paluzy

Nee, dit was het echte platteland. Hier staan de boeren om een uur of zes op, beleggen dikke boterhammen met plakken spek en kaas, drinken er een mok slappe koffie bij en gaan dan op hun tractor zitten. Toen ik in Polen was, werd er veel gehooid. Het was droog en er reden kolonnes tractoren, grote stofwolken achter zich latend, langs landerijen en over zanderige bospaden.

P1000347.jpg

Ik stel me voor dat, als de boeren om een uur of zeven ‘s avonds thuiskomen, ze wel een goed glas bier in de koelkast hebben staan en na het genot hiervan een bord met aardappelen, vlees en kool naar binnenwerken, een beetje TV kijken en dan naar bed gaan. De volgende ochtend lokt de tractor. Op zondag gaan ze met z’n allen naar de kerk. Daarover in een ander verhaaltje meer.

Verschrikkelijke dorpen

Tijdens mijn vakantie las ik het boek van Steven Pinker over de spectaculaire afname van het geweld in de wereld. Uit de door Pinker verzamelde gegevens blijkt duidelijk dat, hoe verder je je van de stadscultuur bevindt, des te rauwer en gewelddadiger het leven wordt. Niet de stad, maar het platteland is een poel des verderfs. Gelukkig maar dat ik hier niet hoefde te blijven.

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Katholicisme

Boże Ciało: processie

Op de tweede donderdag na Pinksteren vieren katholieken in veel landen het “Hoogfeest van het heilig lichaam en bloed van Christus”, in Nederland wel sacramentsdag in in Duitsland “Fronleichnam” genoemd. In Polen “Boże Ciało”, het lichaam van God, dit jaar op 31 mei. Het is in Polen – hoe kan het ook anders? – een officiële feestdag en ik bevond me die dag in het stadje Górowo Iławieckie, niet zo ver van de Russische enclave van Kaliningrad.

Om half elf heb ik mijn fiets bij de kerk geparkeerd waar al tientallen mensen wachten op het einde van de mis en het begin van de heilige processie.

P1000403.jpg

Op het moment dat de priester met zijn gevolg de kerk uit komt, weet ik niet wat ik meemaak. Alle mensen knielen vroom op straat. Er worden wat teksten uitgesproken en dan vertrekt de stoet. Er loopt iemand mee met een draagbare versterker en een meisje zingt in een daarmee verbonden microfoon behoorlijk vals eindeloos dezelfde melodie. Op Wikipedia vind ik:

“Op die dag wordt de sequens Lauda Sion gezongen in de H. Mis en op talrijke plaatsen wordt na de Mis de geconsacreerde heilige hostie in een monstrans geplaatst, ter aanbidding. Ook gaat op deze dag de sacramentsprocessie uit, waarbij de priester het Allerheiligste Sacrament (de heilige Hostie) in een monstrans door de straten van de parochie ronddraagt.https://nl.wikipedia.org/wiki/Sacramentsdag
Zie ook https://de.wikipedia.org/wiki/Fronleichnam

P1000411.jpg

Ik loop op een afstandje achter de processie aan. De mensen lopen met berkentakken in hun handen. Veel meisjes zijn als kleine engeltjes met bloemen in hun haar opgemaakt.

Onderweg vindt een aantal rituelen plaats, onder meer bij het stadhuis van het plaatsje. En als er een gebed wordt uitgesproken valt iedereen in de inmiddels tot honderden mensen aangegroeide menigte meteen op zijn knieën. Waar ben ik?

P1000416.jpg
Knielen op het marktplein

Ik vind dit niet minder dwaas dan Moslim-rituelen in Mekka. Hoe komen de mensen zo gek om gedachteloos de rituelen te volgen? Het heeft iets engs.

 

Godslastering

Met mijn afkeer van dit feest bevind ik me in goed gezelschap, want Luther keurde dit feest – “een godslastering” – ten strengste af. In 1530 schreef hij:

„Ich bin keinem Fest mehr feind … als diesem. Denn es ist das allerschändlichste Fest. An keinem Fest wird Gott und sein Christus mehr gelästert, denn an diesem Tage und sonderlich mit der Prozession. Denn da tut man alle Schmach dem heiligen Sakrament, dass man’s nur zum Schauspiel umträgt und eitel Abgötterei damit treibet. Es streitet mit seiner Schmink und erdicht’en Heiligkeit wider Christi Ordnung und Einsetzung. Denn er es nicht befohlen hat also umherumtragen. Darum hütet euch vor solchem Gottesdienst!“

Als de processie teruggekeerd is bij de kerk, ga ik op het plein een ijsje eten. Alle winkels zijn dicht behalve de ijssalon. Daar komen ook veel gezinnen hun kinderen verwennen. In hun witte miskleding genieten ze van dit uitje. Ik ben en blijf een buitenlander die dag.

Kerken, kruisen en bloemen

Als je door Polen fietst, is overal het katholicisme zichtbaar. Ik heb nergens zoveel wegkapelletjes en wegkruisen gezien als daar, ook niet in Baden-Württemberg of Beieren. Overal zijn kerken, vaak helemaal niet zo oud, want veel zijn pas gebouwd na de Tweede Wereldoorlog, na het verdrijven van de Duitsers (Pruisen) uit dit deel van de wereld. Wat ook opvalt, is het grote aantal bloemenwinkels op het platteland. Dit houdt zeker direct verband met de uitgebreide graf- en kerkhofcultuur.

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70