Katholicisme

Boże Ciało: processie

Op de tweede donderdag na Pinksteren vieren katholieken in veel landen het “Hoogfeest van het heilig lichaam en bloed van Christus”, in Nederland wel sacramentsdag in in Duitsland “Fronleichnahm” genoemd. In Polen “Boże Ciało”, het lichaam van God, dit jaar op 31 mei. Het is in Polen – hoe kan het ook anders? – een officiële feestdag en ik bevond me die dag in het stadje Górowo Iławieckie, niet zo ver van de Russische enclave van Kaliningrad.

Om half elf heb ik mijn fiets bij de kerk geparkeerd waar al tientallen mensen wachten op het einde van de mis en het begin van de heilige processie.

P1000403.jpg

Op het moment dat de priester met zijn gevolg de kerk uit komt, weet ik niet wat ik meemaak. Alle mensen knielen vroom op straat. Er worden wat teksten uitgesproken en dan vertrekt de stoet. Er loopt iemand mee met een draagbare versterker en een meisje zingt in een daarmee verbonden microfoon behoorlijk vals eindeloos dezelfde melodie. Op Wikipedia vind ik:

“Op die dag wordt de sequens Lauda Sion gezongen in de H. Mis en op talrijke plaatsen wordt na de Mis de geconsacreerde heilige hostie in een monstrans geplaatst, ter aanbidding. Ook gaat op deze dag de sacramentsprocessie uit, waarbij de priester het Allerheiligste Sacrament (de heilige Hostie) in een monstrans door de straten van de parochie ronddraagt.https://nl.wikipedia.org/wiki/Sacramentsdag
Zie ook https://de.wikipedia.org/wiki/Fronleichnam

P1000411.jpg

Ik loop op een afstandje achter de processie aan. De mensen lopen met berkentakken in hun handen. Veel meisjes zijn als kleine engeltjes met bloemen in hun haar opgemaakt.

Onderweg vindt een aantal rituelen plaats, onder meer bij het stadhuis van het plaatsje. En als er een gebed wordt uitgesproken valt iedereen in de inmiddels tot honderden mensen aangegroeide menigte meteen op zijn knieën. Waar ben ik?

P1000416.jpg
Knielen op het marktplein

Ik vind dit niet minder dwaas dan Moslim-rituelen in Mekka. Hoe komen de mensen zo gek om gedachteloos de rituelen te volgen? Het heeft iets engs.

 

Godslastering

Met mijn afkeer van dit feest bevind ik me in goed gezelschap, want Luther keurde dit feest – “een godslastering” – ten strengste af. In 1530 schreef hij:

„Ich bin keinem Fest mehr feind … als diesem. Denn es ist das allerschändlichste Fest. An keinem Fest wird Gott und sein Christus mehr gelästert, denn an diesem Tage und sonderlich mit der Prozession. Denn da tut man alle Schmach dem heiligen Sakrament, dass man’s nur zum Schauspiel umträgt und eitel Abgötterei damit treibet. Es streitet mit seiner Schmink und erdicht’en Heiligkeit wider Christi Ordnung und Einsetzung. Denn er es nicht befohlen hat also umherumtragen. Darum hütet euch vor solchem Gottesdienst!“

Als de processie teruggekeerd is bij de kerk, ga ik op het plein een ijsje eten. Alle winkels zijn dicht behalve de ijssalon. Daar komen ook veel gezinnen hun kinderen verwennen. In hun witte miskleding genieten ze van dit uitje. Ik ben en blijf een buitenlander die dag.

Kerken, kruisen en bloemen

Als je door Polen fietst, is overal het katholicisme zichtbaar. Ik heb nergens zoveel wegkapelletjes en wegkruisen gezien als daar, ook niet in Baden-Württemberg of Beieren. Overal zijn kerken, vaak helemaal niet zo oud, want veel zijn pas gebouwd na de Tweede Wereldoorlog, na het verdrijven van de Duitsers (Pruisen) uit dit deel van de wereld. Wat ook opvalt, is het grote aantal bloemenwinkels op het platteland. Dit houdt zeker direct verband met de uitgebreide graf- en kerkhofcultuur.

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

 

Met Patrzyk in de keuken

De tent

Ik had geprobeerd in de buurt van Górowo Iławieckie een plek te vinden om te overnachten. Iets ten Zuiden van deze plaats had ik wel iets gevonden, maar er was geen kamer meer beschikbaar, wel een tent. Ik wilde graag twee nachten blijven en dus stuurde ik een e-mail aan de gastheer Patrzyk Paluch dat ik wel twee nachten in de tent wilde slapen als hij ook een slaapzak had. Dat was dus geregeld.

P1000371.jpg
Braniewo

Op woensdag 30 mei fiets ik van de Oostzeekust bij Frombork (de Oostzee is hier afgesloten door een heel lange landtong, die in de buurt van Elbląg begint en doorloopt tot in het Russische gebied. Bij het Russische Baltisk is er een nauwe opening naar de zee.) langs de de Green Velo Route (Szlak rowerowy wschodny) eerst naar Braniewo en dan met een grote slinger via Pieniężno naar het stadje Górowo Iławieckie. In Braniewo zie ik de enige buitenlandse auto’s van de vakantie: ze komen allemaal uit Rusland, uit de Russische enclave van Kaliningrad, ooit Königsberg. Rusland is hier minder dan 9 km vandaan. In Braniewo geniet ik van een cappuccino, een van de heel schaarse momenten dat het mogelijk is tijdens deze vakantie iets op een terras te drinken. Ik drink er nog een mineraalwater bij. Het wordt warm, een beetje te warm, zo’n 28 graden. In de supermarkt Biedronka (een van de bekendste ketens in Polen naast Lidl en Tesco) koop ik nog spullen voor onderweg.

P1000381.jpg
Voorbij Pieniężno

De fietsroute gaat gedeeltelijk over half-verharde boerenweggetjes, dan weer langs kleinschalige veebedrijven en dan weer langs grootschalige landbouwbedrijven. Ik hoor veel zangvogels, maar ik zou niet weten welke. Dan loopt er opeens een prachtige kraanvogel door het weiland. Als ik tenslotte in Górowo kom, koop ik daar spullen voor een koude avondmaaltijd, inclusief voldoende bier. Dan fiets ik naar mijn ‘camping’. Patrzyk begroet mij bij het boerenhuis en laat mij het miniscule tentje zien en wijst mij op het schrikdraad waar ik niet tegenaan moet gaan staan. Ik ga onder de campingdouche en ga van mijn diner genieten. Er is een picknicktafel bij mijn tent.

P1000383.jpg
Bobrownia: tent en fiets

Inmiddels zijn de muggen in aantocht en ik vraag Patrzyk of ik bij hem in de keuken mag zitten. Heel enthousiast is hij niet maar hij stemt ermee in. Tenslotte krijg ik de indruk dat hij het wel gezellig vindt. Hij begint tegen mij aan te praten in een redelijk verstaanbaar Engels. Eigenlijk is hij geen boer, maar zijn vader – ooit een mijnwerker in Silezië – had het huis gekocht voor zijn oude dag. Zijn vader had wel wat dieren, maar pas later heeft Patrzyk er weer een echt boerenbedrijf van gemaakt. Ik krijg het gevoel dat hij toch geen echte boer is. In ieder geval heeft hij grote afstand tot de mensen in deze streek. Hij vertelt dat hij – voor Polen vrij ongebruikelijk – niet katholiek is en van het katholicisme niets moet hebben. Zijn opmerkingen over de politieke ontwikkeling zijn duidelijk: “Vroeger hadden wij het socialisme. Dat was geen goed systeem, maar voor mijn vader was het goed. Mijnwerkers stonden in hoog aanzien en kregen een goed pensioen. Toen hebben wij een tijdje een ontwikkeling richting democratie gehad, maar die tijd is weer voorbij. We bewegen ons nu weer met grote snelheid in de richting van de Middeleeuwen. De katholieke kerk als hoogste macht en weg met de democratie.” Ik ben bang dat er wel een waarheid zit in zijn wat grove beschrijving.

Ik drink mijn blikje bier op, luister nog wat naar de verhalen van mijn gastheer en ga naar mijn tentje. Ik slaap zonder dekens. Het is te warm. De volgende ochtend krijg ik van Patrzyks vrouw een uitstekend ontbijt. Hoewel ik er meestal niet van houd, eet ik zelfs een warm pannenkoekje gevuld met kwark. De vrouw van de boer is geen mens om mee te spotten: groot en sterk. Ze is wel vriendelijk, maar niet overdreven. Zij laat mij weten dat om elf uur die dag een processie begint in het stadje. Het is een vrije dag in heel Polen: Boże Ciało, het lichaam van God – Fronleichnam in het Duits. Daarover meer in een ander verhaaltje.

P1000425.jpg
Uitzicht van mijn tent

Als ik die middag terug kom van mijn bezoek aan het katholieke feest, krijg ik te horen dat de kamer toch beschikbaar is. Ik hoef dus niet nog eens in een tentje te slapen. Ik kan die avond daar ook warm eten. Ik heb ‘s middags al in een restaurant gegeten, dus dat komt mij wel goed uit. De volgende ochtend na het ontbijt zeg ik tegen Patrzyk: “Ik neem aan dat jouw vrouw hier de baas is en dat ik haar moet betalen.” In het vervolg van het gesprek noem ik haar ironisch “the boss”. Hij geeft aan dat dat de verhoudingen wel ongeveer weergeeft. Voor twee nachten, inclusief ontbijt en een warme maaltijd betaal ik “the boss” PLN 130, minder dan € 35. Zij geeft mij zo’n stevige hand dat ik hem vijftig kilometer lang blijf voelen.

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

 

Fietspad als ontwikkelingsproject

See also: English translation of this blog

Fietsen in Polen: waarom?

 

P1000270.jpg

Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om in Polen te gaan fietsen? In mijn geval is het eenvoudig uit te leggen. Ik had al te veel in Engeland in Schotland gefietst, Frankrijk is bijna niet te bereiken als je een fiets wilt meenemen in de trein, Duitsland vind ik te saai en veel landen zijn te warm. Naar Polen kan je gemakkelijk met de trein. Ik vroeg me alleen af hoe de fietsroutes er zijn en of het fietsen er niet te gevaarlijk zou zijn. Uit informatie op internet bleek dat er goede fietsroutes zijn en, als je niet de grote wegen (de wegen met enkele of dubbele nummers) neemt, dat je er op rustige en relatief veilige wegen kunt fietsen.

Fietsroutes

Door Polen loopt een aantal interessante lange-afstandsroutes zoals:
• De R1 van Boulogne-sur-Mer in Frankrijk via Den Haag, Münster en Berlijn door Polen naar Kaliningrad en St. Petersburg (3250 km)
• De Oost-Europa-route EV11 van de Noordkaap tot Athene, in Polen van de grens met Litouwen via Kraków naar de grens met Slowakije.
• De EV2, Capitals Route, van Galway in Ierland via Engeland naar Den Haag, Berlijn en dan door Polen (Poznań, Warszawa en verder) naar Minsk en Moskou (5500 km). Het Poolse stuk is nog niet helemaal klaar.
• De EV4, Central Europe Route, van Bretagne naar de Oekraïne. In Polen langs Kraków en Rzeszów.
P1000352.jpg• De EV9, Baltic-Adriatic, van Gdańsk via Poznań en Wrocław naar Wenen en verder tot aan Pula.
• De EV10, Baltic Sea Route, rond de Oostzee in Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland (Botnische Golf), Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Kaliningrad en Polen.
Tijdens mijn fietstocht heb ik delen van de R1 gefietst.

De Oostelijke route: Green Velo. Een investering van € 50 miljoen

P1000372.jpg
Project fietspaden in Oostelijk Polen – provincie Warminsko-Mazurskie – gerealiseerd door de provincie WM met gemeenschappelijke financiering uit middelen van de Europese Unie in het kader van het operationele ontwikkelingsplan voor Oost Polen 2007-2013

In Polen zelf is er ook een aantal interessante lange-afstandsroutes, zoals de fietsroutes aan beide kanten van de Wisła (Nadwiślański szlak rowerowy) en de nog niet zo lang bestaande Oostelijke route: Wschodni Szlak rowerowy of Green Velo, een pad van meer dan 2000 km door de Oostelijke provincies van Polen. Vanaf Elbląg heb ik grotendeels deze route gefietst. Het is een prachtige route die voornamelijk door kleine dorpjes, langs boerderijen en door bossen loopt. Hij is tot stand gekomen in het kader van het ontwikkelingsplan voor Oost Polen 2007-2013, met veel subsidiegeld van de EU. De EU heeft er zo’n 50 miljoen Euro aan uitgegeven: er zijn 80 bruggen omgebouwd, 18 nieuwe bruggen gebouwd naast allerlei andere verkeersmaatregelen.

Lege fietspaden langs lege wegen

Ik heb het merkwaardige resultaat van al deze investeringen mogen aanschouwen. Het meest opvallend zijn de maatregelen in de dorpen, waar vaak de fietspaden naast de bestaande wegen zijn aangelegd.

P1000648.jpg
Leeg fietspad naast lege weg

Ze zijn bijna zo goed als de Nederlandse fietspaden, maar met een belangrijk verschil. Ze liggen vaak naast wegen waar geen enkel verkeer is en op de fietspaden zelf zie je ook geen mens. Nu was het eind mei en begin juni, maar zelfs in de weekenden zag je hier absoluut niemand. Op een topdag ben ik drie fietsers tegengekomen. Dat is ook niet zo wonderlijk, want met het aanleggen van een fietspad creëer je geen toerisme. Er is onderweg geen enkele toeristische infrastructuur. Afgezien van in de grote steden kan je nergens een kopje koffie krijgen of een glaasje cola. Vrijwel nergens zijn campings of hotels. Als je goed zoekt, vind je wel een Agroturystyka, maar het kost veel moeite ze te vinden.

Miejsce Obsługi Rowerzysty

P1000646.jpg

De route zelf is op veel plekken overdreven mooi aangelegd. Overal waar naast een dijk een afgrond van een meter is staan keurige gele hekken. Op regelmatige afstand zijn er zogenaamde MOR bij de fietsroute geplaatst: Miejsce Obsługi Rowerzysty (fietsserviceplekken). Elke 10 km een met een fietsenstalling, elke 25 km een met een WC.

 

P1000647.jpg
Een van de vele verlaten MORs

Er zijn overdekte picknickplekken etc. Daar kan je dan je eigen boterham gaan opeten. Ik heb tijdens mijn toch één keer iemand bij zo’n ding zien zitten. Het is mij niet gelukt mijn sanitaire stops aan de plaatsing van de MOR aan te passen.

Onmogelijke paden door het bos
Niet alle bospaden zijn zo goed

Terwijl er stukken zijn met overdreven en onnodige voorzieningen, zijn grote stukken van de route niet echt gemakkelijk om te fietsen. Ik fietste in een erg droog seizoen en dus waren de bospaden erg mul. Regelmatig heb ik alternatieve routes moeten zoeken omdat de route door het bos zelfs lopend moeilijk te doen was.

Of je het nu leuk vindt of niet, de moderne (oudere) recreatiefietser fietst elektrisch. Ik vond het wel prettig dat dit type toerisme deze fietspaden nog niet bevolkte, maar als je een wat breder publiek wilt trekken, zal je niet om stopcontacten heen kunnen.

Een absurde ervaring

Kortom, het was een absurde ervaring om over het resultaat van de investering van deze 50 miljoen euro te mogen rijden: al die zinloze hekken, al die verlaten MORs en die onbegaanbare zandwegen. Een tijd lang had je in Polen een socialistisch regime dat zonder scrupules fabrieken bouwde voor producten waar geen vraag naar is en die vervolgens in de winkels verrotten of verroesten. Nu bouwen Poolse en Europese bureaucraten fietsroutes waar geen vraag naar is. De mooie gele hekjes staan over 15 jaar verroest naast de route. De MORs zullen niet door vandalisme sneuvelen – dat is hier te weinig – maar gewoon door weer en wind in elkaar zakken, tenzij hier zich echt toerisme ontwikkelt.

P1000662.jpg

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Mikaszówka

Drielandenpunt

P1000526.jpg
Pokoje przy Trojstyku

Op zaterdag (2 juni) kom ik aan bij het drielandenpunt van Rusland, Litouwen en Polen. Dat stukje Rusland ligt hier tussen Litouwen en Polen 600 km verwijderd van het echte Rusland, voorbij Litouwen, Letland en Wit-Rusland. Na het uitstekende diner in mijn Bed & Breakfast “Pokoje przy Trojstyku” loop ik in 15 minuten naar de mooie Poolse grenspaal. Links daarvoor zie je het prikkeldraad van de Russische grens en iets meer naar rechts het prikkeldraad waarachter Litouwen ligt. Het is er stil. Hier gebeurt gelukkig niets meer, maar dat is wel eens anders geweest. Eigenlijk was het hier sinds de vroege Middeleeuwen altijd oorlog.

P1000528.jpg
Grenspaal. Russische grens.

Nu is het rustig en de grenzen, hoe willekeurig ook tot stand gekomen, staan niet meer ter discussie. Ondenkbaar dat de Polen Kaliningrad zouden willen veroveren. Op een bord staat dat je van de Russische taartpunt van het landschap geen foto’s mag maken. Ik heb het wel gedaan. Zouden die Russen dan plotseling achter het hek vandaan kunnen komen om je te arresteren? Ik denk van niet. Ik drink nog een zelf meegebracht bier, ga naar bed en geniet van mijn nachtrust.

Kanał Augustówski

De volgende ochtend na een goed ontbijt begin ik aan het meest oostelijke stuk van de tocht. Ik wil die dag naar Mikaszówka, vlakbij de Wit-Russische grens aan het Kanał Augustówski dat tot ver in Wit-Rusland loopt tot aan de rivier de Memel (of Neman in Wit-Russisch), ten Noorden van Grodno.

P1000563.jpg
De sluis bij Mikaszówka

Het werd tussen 1821 en 1851 door de Polen aangelegd als een verbinding met Rusland om daarmee niet door Pruisisch territorium (met hoge belastingen) te moeten. Via deze route ontstond een van Danzig onafhankelijke verbinding met de Zwarte Zee. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/August%C3%B3w_Canal. Het kanaal is vol sluizen. Een van de laatste sluizen voor de grens met Wit-Rusland bevindt zich in het kleine plaatsje Mikaszówka. Het leek mij een goed idee om daar twee nachten te blijven.

Ooievaarkots

P1000554.jpg
Kraanvogels met jongen

Ik fiets die dag 95 kilometer langs meren, weiden en door bossen. Af en toe kom ik door een klein plaatsje. Onderweg zie ik niet alleen heel veel ooievaars, maar ook kraanvogels met jongen. Ik kom nog door het gebied waar we in 2003 met de kinderen waren. We kampeerden toen bij een eenvoudige Agroturystyka, waar we konden zwemmen in een meer waarvan de bodem bedekt was met half vergane plantenresten, die wij toen “ooievaarkots” noemden. Wij hebben daar ook gegeten en kregen een interessante vruchtensoep als voorgerecht.

P1000556.jpg
Czarna Hańcza

Vijftien jaar later fiets ik er doorheen. Het toerisme is iets toegenomen en de vakantieboerderijen zijn iets luxer geworden, maar heel veel is er ook weer niet veranderd. Ik kom ook nog regelmatig de Czarna Hańcza tegen, het mooie riviertje waar ik toen met Hans met een kano van afgezakt ben.

Welkom in Mikaszówka

Mikaszówka was een van de plaatsen waar ik moeilijk een overnachting kon vinden. Een Agroturystyka had geen plaatsen meer maar suggereerde een ander adres. Via facebook reserveerde ik daar voor twee nachten. Als ik in het plaatsje aankom, bel ik eerst bij het verkeerde adres aan en word naar een andere plek doorverwezen. Als ik daar aanbel, komt er een veel te dikke man – vieze buik hangt uit zijn niet zo frisse T-shirt – naar buiten. Ik laat mijn uitgeprinte facebook-conversatie zien. Als hij begint te praten, uitsluitend Pools, komt er een onaangename dranklucht uit zijn mond. Hij wijst naar een half afgebouwd gebouw aan de overkant en zegt dat ik bij het huis daarnaast moet aanbellen. Ik doe dat en er komt een slecht geklede, ongezonde oude vrouw uit de deur. Ook zij spreekt alleen maar Pools en ook zij ruikt naar drank. Zij lijkt nergens iets vanaf te weten en denkt dat ik een dag te vroeg ben. OK, ik kan daar zeker twee nachten slapen, geen probleem.

P1000561.jpg
Het ‘hotel’

Ik maak er meteen één nacht van, want heel erg thuis voel ik mij niet in dit dorp. Wat ik al vreesde, bleek waar te zijn. Ik krijg een kamer in dit grote niet helemaal afgebouwde hotel en ik ben de enige gast. Er komt een tweede slecht geklede oude vrouw bij en even later staan de twee vrouwen in mijn kamer mijn bed op te maken. Ik probeer nog een sleutel van de buitendeur te regelen, maar dat schijnt niet nodig te zijn. Als ik alleen ben in mijn ‘hotel’, draai ik de kraan van de douche open. Duidelijk heeft het water hier al weken niet gestroomd. Het eerste water is niet echt fris, maar tenslotte geniet ik van een aangename douche.

P1000565.jpg
Bij het water: het ‘hotel’

Gelukkig heb ik die middag in Suwałki een warme maaltijd genuttigd in een soort eenvoudige snackbar. Ik geniet op mijn hotelkamer van brood met kaas en worst. Onderweg heb ik er pils bij gekocht. Ik loop nog even door het rare dorp, bekijk de sluis en ga dan weer naar mijn kamer, waar ik mijn laatste pils opdrink voordat ik dan maar ga slapen.

Chleba nie ma!

Ik heb afgesproken de volgende ochtend om 8:00 (“o ósmej”) te ontbijten. Als ik tegen die tijd op zoek ben naar een van de dames, komt er meteen een op me af met een vervelende mededeling: “Przepraszamy. Chleba nie ma! Będziemy zadzwonić”, of zoiets dergelijks. “Sorry, er is geen brood! We moeten opbellen”. Het duurt even, maar dan is er wel brood en ik word uitgenodigd om in de armoedige snackbar naast dit vreemde hotel te komen ontbijten.

De sluis bij Mikaszówka

Het ontbijt is prima in orde, maar ik ben blij mijn spullen snel in te pakken en naar de volgende bestemming te fietsen. Geen rustdag dus. Ik boek een extra nacht in mijn kamer bij het nationale park van de Biebrza, een uitstekende beslissing, blijkt later.

 

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Język polski – de Poolse taal

Toen ik in de jaren 70 naar Polen ging, heb ik de grondslagen van de Poolse taal geleerd. Een kennis smokkelde mij het talenlab van de Universiteit Leiden binnen en daar heb ik een aantal lessen doorgenomen. Later heb ik af en toe zelfs in het Pools gecorrespondeerd.

Moeilijke taal?

Ik heb wel eens beweerd dat Pools even moeilijk is als Grieks en Latijn samen. Maar eigenlijk is dat onzin. Alle talen zijn moeilijk al verschillen de moeilijkheden per taal. Pools heeft, net zoals andere Slavische talen, een vrij gecompliceerde grammatica. Het zelfstandig naamwoord heeft, inclusief de vocativus, zeven naamvallen. Ook het werkwoord heeft zo zijn eigenaardigheden, zoals een dubbele uitvoering van alle werkwoorden: naast de grondvorm (waarmee een nog niet voltooide handeling wordt aangeduid) is er het perfectivum voor voltooide of toekomstige handelingen. Er zijn geen regels om de ene vorm in de andere om te zetten. Er zit niets anders op dan al die dubbele vormen naast elkaar te leren. Maar dat is niet moeilijker dan bijvoorbeeld de meervouden in het Duits (voor elk woord apart te leren) of de honderden sterke werkwoorden in het Noors of het Engels. Werkwoorden in het Pools zijn over het algemeen wel regelmatig.

Puur mannelijke vormen

Pools is geen gender-neutrale taal. Integendeel. Natuurlijk zijn er, net als in het Frans, verschillende vormen voor het bijvoeglijk naamwoord voor mannelijke en vrouwelijke woorden: wielki człowiek (grote man), naast wielka kobieta (grote vrouw). Maar ook de verleden tijd van het werkwoord komt in mannelijke en vrouwelijke varianten: “Ik was” is voor een man “byłem” maar voor een vrouw “byłam”.

Voor het meervoud van woorden die personen aanduiden wordt er  een onderscheid gemaakt tussen groepen waarin zich  (ook) mannen bevinden en groepen waarin zich uitsluitend vrouwen, dieren of dingen bevinden. Alleen de groep met mannen krijgt de mannelijke vorm. Als “zij aten” op zo’n groep met mannen slaat, is het “jedli”: “mężczyźni jedli” (“de mannen aten”). Zijn het vrouwen of dieren, dan wordt de niet-mannelijke vorm “jadły” gebruikt: “dziewczyny jadły…, konie jadły” (“de meisjes aten, de paarden aten”). Er zijn speciale bijvoeglijke naamwoorden en telwoorden voor de groepen met mannen. Het normale telwoord voor “vijf” bijvoorbeeld is pięć: “pięć złych psów, pięć pięknych kobiet” (“vijf slechte honden, vijf mooie vrouwen”), maar voor voor mannen is er een ander woord “pięciu” : “pięciu inteligentnych ministrów” (vijf intelligente ministers). Voor telwoorden wordt het zelfs nog ingewikkelder. Voor gemengde groepen van kinderen of dieren is er een ‘collectieve vorm’: pięć  wordt pięćoro, bijv. “pięćoro studentów”, vijf studenten) als  er mannen en vrouwen tussen zitten. Het getal twee komt in de volgende smaken: mannelijke personen: dwóch męźczyzn of alternatief dwaj męźczyzni (twee mannen); mannelijke dingen: dwa stoły (twee tafels), vrouwelijke woorden: dwie sukienki (twee jurken); man/vrouw-paren: dwoje dzieci (twee kinderen). Maar daarmee zijn we nog niet klaar, want deze telwoorden kunnen nog in allerlei naamvallen gezet worden zodat we ook nog vormen aantreffen zoals dwójki, dwóm, dwoma, dwójką, dwojgiem, dwojce, ….

Het lijdend voorwerp is een hoofdstuk apart. Bij mannen staat het lijdend voorwerp steeds in de tweede naamval, bij mannelijke dingen in de regel in de eerste naamval. Mannelijke dieren gedragen zich in het enkelvoud als man, in het meervoud als dingen. Het woord pomidor (tomaat) wordt verbogen alsof het een dier is. Je moet het maar weten.

“Chrząszcz brzmi w trzcinie Szczebrzeszynie”.

Het Pools heeft geen gebrek aan medeklinkers. Naast de ons bekende medeklinkers zijn er nogal wat voor de Slavische talen karakteristieke klanken, waarvoor extra letters door Cyrillus voor het Russisch aan het oorspronkelijk Griekse alfabet zijn toegevoegd (zoals ц, ш, щ, ж, ч). In het Pools (en meer Slavische talen die het Latijnse alfabet gebruiken) worden de klanken door lettercombinaties en tekentjes boven de letters weergegeven. Zo zijn er sz, cz (vaak ik combinaties met andere letters: psz, wsz, wcz, pcz, szcz, pszcz, etc.), rz (ook als ż geschreven) en de gepalataliseerde (tegen het verhemelte uitgesproken) letters met het accentteken ń, ś, ć, ź. Karakteristiek voor het Pools zijn daarnaast de nasale klinkers ą en ę en bovendien de als vette w uitgesproken ł.

In een Poolse grammatica staat de geruststellende mededeling dat er in het Pools niet meer dan zes medeklinkers achter elkaar voorkomen en geeft daarbij de volgende “tongue twister”: “Chrząszcz brzmi w trzcinie Szczebrzeszynie”.
Nu is een opeenvolging van drie of vier medeklinkers voor veel mensen al afschrikwekkend, maar de truc is om ze langzaam een voor een uit te spreken zonder ervan uit te gaan dat er na elke medeklinker meteen een klinker volgt. Dan is het eigenlijk niet zo moeilijk als het lijkt.

 

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70