Op zoek naar mijn moeder – een wandeling bij Ede

Mijn moeder en Petra (november 2018)

Vorig jaar november  overleed mijn stokoude moeder in Haren bij Groningen. Twee weken daarvoor waren we nog bij haar op bezoek gegaan. We maakten een korte rolstoeltocht door Haren. We kwamen door prachtige lanen waar de bomen hun mooiste herfstkleuren lieten zien. Mama genoot van een kort bezoekje aan een bloemen- en  plantenwinkel in het centrum. Deze november wilden we nog even aan haar denken, we wilden haar sterfdag niet somber herdenken maar opgewekt  ‘vieren’.

Nu doen wij in mijn familie niet aan grafstenen of urnen. Daar konden we niet naar toe.  Ik moest iets anders verzinnen. Ik wilde ergens heen waar zij in mijn herinnering nog sterk aanwezig is. Dat had Doetinchem kunnen zijn (waar ze nog langer heeft gewoond dan in Ede), maar Doetinchem zegt mij bijna niets. Veel verder dan het Rode Kruisplein en de verplichte bezoekjes aan Montferland of uitspanning ‘Het Peeske’ zijn we meestal niet gekomen.

We besloten naar Ede te gaan, naar de Ginkelse heide en de daarbij gelegen bossen. Daar zouden we haar zeker tegen kunnen komen.  Zij heeft vanaf 1954 tot rond 1985 daar gewoond en ik zelf tot 1968. Dat lijkt allemaal heel lang geleden, maar zo voelt het niet. Ede is mijn jeugd, de lagere school, middelbare school, het vertrek van mijn vader, de NJN in Wageningen en nog veel meer. Het is de plek waar mijn moeder het gezin ondanks zware tegenslagen min of meer draaiende wist te houden. Het is de plek waar ik als student regelmatig terugkwam om me door mijn moeder te laten verzorgen als ik na te veel drank en te weinig slaap ingestort was.

De Ginkelse heide (2019)

Als de ergste files zijn opgelost, rijden we op vrijdagavond rustig via Utrecht naar Ede. Voorbij Veenendaal moet je een stukje A30 volgen om op de oude Rijksweg aan de Noordkant van Ede te komen. Langs die Rijksweg gingen Huibert en ik kikkervisjes en stekelbaarsjes vangen. Hier is nu alle landelijkheid vervangen door garagebedrijven, meubelboulevards en soortgelijke weilandwinkels. Ook ten Noorden van de Rijksweg zijn wijken uit de grond gestampt. We slaan de weg naar Otterlo in en na een paar honderd meter zijn we bij het vrij lelijke maar mooi gelegen “Parkhotel De Bosrand.”  In de auto hebben we gefantaseerd  over heerlijke bitterballen een frisgetapt donker biertje. Dat is er allemaal niet. We kunnen wel flesjes trappistenbier krijgen met nootjes erbij. We zitten vrijwel alleen in de grote zaal, maar het bier smaakt goed en de bediening is vriendelijk.  De inrichting van het hotel is wat gedateerd, maar alles doet het. We hebben een ruime, erg stille, kamer en de badkamer is helemaal in orde.

De volgende ochtend zitten we rond half negen aan het ontbijt. Er zijn meer gasten dan we hadden vermoed. Qua leeftijd vallen wij hier niet uit de toon. Het is een goed ontbijt met goede koffie. Het blijkt geen enkel probleem te zijn dat we een lunchpakket maken voor onderweg.

Het Edese Bos

Vanuit het hotel lopen we zo het Edese bos in. Alles is nog precies zoals in mijn herinnering, het mooie gemengde bos met statige beukenbomen, sparren, dennen, lariksen  en berken. De herfstkleuren zijn zeker zo mooi als een jaar geleden in Haren. Met een klein boogje lopen we door het bos naar de rand van de Ginkelse hei. In de late vijftiger jaren kon je bij de boekhandel Dragt zo’n zwartwit-prentbriefkaart kopen met de titel “Ede – langs de Traa” (met daarbij waarschijnlijk de vermelding “Echte Foto – Nadruk Verboden” , zie bijv. https://www.geografischwandelen.nl/natuurlijk-ede-1/meer-weten-over/de-edese-traa ).

Bosrand – Ginkelse heide

De Traa is de strook tussen bos en hei, in de 18e eeuw als brandgang ter bescherming tegen heidebrand aangelegd. Hier lopen we weer langs de Traa van mijn jeugd. Ik ben aangenaam verrast hoe weinig hier veranderd is. We blijven niet langs de Traa lopen maar steken de Ginkels hei over naar het bos aan de overzijde. Niet ver daarvandaan liggen twee kleine vennetjes, “De Kreelsche Plas” en “De Heidebloem”.   Een van deze plasjes was de enige plek waar je bij ons in de buurt kon schaatsen. Ik vertel Petra nog hoe daar de plaatselijke glazenwasser de leiding had. Alle kinderen moesten meehelpen de baan schoon te vegen en hij bepaalde welke kant je op mocht rijden. Het plasje was echter zo klein dat je goed “beentje over” moest beheersen, want de baan was één scherpe bocht zonder een recht stuk.

Ginkelse heide rond 1967

Langs de heiderand lopen we een vrij lang stuk totdat we bij het Veluwe-Natuurcentrum komen, een door enthousiaste vrijwilligers gerund centrum waar je informatie over de natuur kunt krijgen, natuursouvenirs kunt kopen en natuurlijk koffie met koek kunt gebruiken met je leeftijdsgenoten. Als we de koffie op hebben en we op het punt staan de tocht te vervolgen, spreek ik de dienstdoende vrijwilliger aan en vertel dat ik tot 1968 in Ede heb gewoond en dat ik zo blij ben dat hier nog zo veel is overgebleven van het mooie landschap van toen.

Mijn moeder aan de bosrand (1968)

Ik breng ter sprake dat wij aan de Nieuwe Kazernelaan woonden en dat op de hei tegenover ons huis plotseling bulldozers verschenen die de het land geschikt maakten voor de aanleg van een nieuw kazerneterrein. Niemand in de straat wist er iets van. Nederland rond 1960. De man van het Natuurcentrum vertelt vervolgens hoe hij, wonend op de Arnhemse weg, nog een aantal jaren daarvoor onaangenaam verrast werd door de aanleg van de Buurtmeesterlaan, Middelbergweg en omgeving. Ja, daar woonden mijn klasgenoten, zeg ik. Die buurt ken ik maar al te goed.

Van het Natuurcentrum is het niet lang lopen naar de Schaapskooi. Hij staat er nog. Afgezien van een paar parkeerplaatsen erbij is er niets veranderd. In de Schaapskooi verblijven een paar schapen en lammeren, maar de schaapskudde zelf bevindt zich aan de Zuidkant van de Ginkelse hei.

Reinier bij de Schaapskooi (1965)

Reinier bij de Schaapskooi 54 jaar later

Wij lopen daarheen. Er komt een heel klein beetje zon door en dat levert prachtige beelden op. Schapen op de hei met tegenlicht. Je loopt hier door een schilderij van Anton Mauve.

De Edese schaapskudde op de Ginkelse heide

We steken de hei over  en lopen een stukje langs de bosrand. Dan komen we bij het bos waar mijn moeder wel heel vaak gewandeld moet hebben, de Sysselt, ingeklemd tussen E35, de spoorlijn naar Arnhem en het grote dorp Ede.  Ook zelf heb er heel veel gelopen. Ik heb er vogels gekeken en insecten bestudeerd. In mijn NJN-tijd had ik op veel plekken in het bos conservenblikken (voorzien van gaten voor afwatering) ingegraven en controleerde een tijd lang hoeveel en welke loopkevers erin waren gevallen.

Mama en August, waarschijnlijk in ‘Het Paradijs’ (1968)

De Sysselt is weer even prachtig als vroeger. Met vogels hebben we weinig geluk deze keer – geen zwarte spechten, goudvinken of bijzondere mezen. We moeten het doen met merels, zwarte kraaien, een enkele buizerd, kool- en pimpelmeesjes en af en toe het geluid van een bonte specht.

De herfstkleuren zijn prachtig. Af en toe vergeten we wat we hier eigenlijk aan het doen zijn. We zijn op zoek naar mijn moeder. Maar dan is ze er toch even. Aan het eind van een lange statige beukenlaan loopt zij, een al wat oudere vrouw met een degelijke ongezellige jas zoals zij altijd had. Ook de kleur klopt, een sportief lichtblauwe tint. Ik maak een paar foto’s van de mooie herfstige beukenlaan. Petra vindt die laan ook erg mooi, maar zegt: “Je moet even wachten tot die mevrouw met de blauwe jas uit beeld verdwenen is. Zij verstoort de rust.” Ik neem de foto nog eens, nu zonder mijn moeder, omdat zij volgens Petra de rust zou hebben  verstoord.

Aan het eind van deze laan zie ik heel duidelijk mijn moeder ….

We lopen na deze vluchtige ontmoeting verder naar een stuk bos met de prachtige naam “Het Paradijs”. Hier speelden we vroeger. Hier klommen we op bomen of reden met de fiets van de heuvels af. Vroeger waren er nog meer en nog grotere dode bomen hier, meen ik mij te herinneren.  Van “Het Paradijs” lopen we richting Sysseltse laan. We lopen niet door naar de Nieuwe Kazernelaan, want ik heb geen zin om ons oude huis nog eens te zien. Op het terrein van de gesloten kazernes (Simon Stevinkazerne, etc.) is een nieuwe woonwijk met grote dure huizen in aanbouw. Met een beetje moeite vinden we de weg langs het hek en komen zo weer bij de Rijksweg uit. We steken de Rijksweg over en dan moeten we nog een stukje langs de rand van de hei en door het Edese bos voordat we bij ons hotel en onze auto aankomen. We hebben iets meer dan 15 km gelopen. Het was mooi.

Wandelen in de Sysselt: Hanneke en Mama (1977)

We beginnen rustig naar huis te rijden. Als we de oude Rijksweg richting Utrecht rijden, komen we eerst langs het NIZO, het instituut waar we met mijn vader in zijn laboratorium naar bacteriën mochten kijken en waar hij heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van een nieuwe Nederlandse kaas die, waarschijnlijk op zijn initiatief, “Kernhemmer” werd genoemd naar het landgoed naast het NIZO. Zo kwamen we mijn vader ook nog even tegen, maar dat is een heel ander verhaal …

Herfst in de Sysselt (november 2019)

___