Natuur zoals Natuur Bedoeld is

Eerder verschenen als onofficieel verslag van een niet plaatsgevonden excursie van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden. 

Toen ik op woensdag hoorde dat de excursie van zaterdag wegens slecht weer was afgelast, dacht ik, wat jammer toch, maar dat houdt mij niet tegen om toch een verslag te schrijven. Niet iedereen die dit verslag kreeg, had meteen door dat het om een grap ging ....

Excursie van Vogelwerkgroep KNNV Leiden die nooit plaatsvond

Om acht uur stonden ze er dus toch, de negen enthousiaste leden van de Vogelwerkgroep Leiden. Het was bijna niet doorgegaan. De hoofdschuldigen waren de apps op de i-phones en android-apparaten. Vroeger had je nog echte natuur en dat hield ook in dat je je gewoon door het weer liet verrassen. Tegenwoordig weet iedereen al drie dagen van te voren wat voor weer het wordt en kijken mensen zelfs nog tijdens de wandeling op hun telefoon om te kijken of het regent. “Zijn wij eigenlijk nog natuurvrienden?”, vroegen enkele leden zich af toen er al weer zo’n afzeg-email naar onze schermpjes werd gezonden. “Wat een flauwekul”, zeiden we, maar in dit geval hadden misschien beter wél naar de buienradars en weer-apps kunnen luisteren.

Met drie auto’s reden we optimistisch naar het Gooi. We zouden met één auto minder terugkomen, maar daar hebben we het straks nog over. Lang bleven we niet bij het zwembad staan, want de regen striemde over onze gezichten. We stapten in en de deuren waaiden vanzelf dicht. Op weg naar de ’s-Gravelandse buitenplaatsen met een fris windje in de rug en beide handen aan het stuur. Ze hadden windkracht 6 voorspeld, maar dit was zeker 7. Voor wie van echte natuur hield, was dit een topervaring. Maar hielden we wel van echte natuur?

Natuur is sterker dan de mens

Tegen negenen kwamen we op het parkeerterrein bij ’s-Graveland aan, dat wil zeggen twee auto’s rond negen uur en de auto van Arthur 20 minuten later. Hij had een ‘kortere’ weg gevonden. Helaas was de spoorwegovergang op die weg geblokkeerd door kapotgewaaide bovenleidingen en moest hij zien om te keren, samen met die andere 50 auto’s die daar vast waren komen te zitten. Stan zette nog een telescoop op het terrein, maar haalde hem gauw weg. Zo vervaarlijk begon dat ding door de wind heen en weer te zwaaien.

roodborstje in de wind

Met gewone kijkers het bos in. We waren hierheen gelokt met praatjes over zwarte spechten en meer zeldzaamheden. Daar konden wij naar fluiten. Er kwam af en toe een verdwaalde groep kauwtjes over zeilen. Waar ze naar toe wilden, wisten ze zelf ook niet. Een enkele merel zat verkleumd op de grond te wachten op het einde van de storm. Meesjes hoorden we meer dan we zagen, maar daar zaten zeker geen kuifmezen, zwartkopmezen en glanskoppen bij. Theo hadden we met leugens over het verbeterende weer overgehaald om mee te gaan. Hij had er vreselijk de pest in.

Eigenlijk is hij daarvoor te netjes, maar Theo klom vloekend over de omgewaaide bomen op het ooit zo mooi aangelegde wandelpad, terwijl de regen langs zijn gezicht droop. Het was bijna grappig. Anke probeerde de weg te vinden. Wars van verslaving aan GPS-technologie liep zij met een grote ANWB-wandelkaart door het bos, maar niet lang. Een grote windvlaag kreeg vat op het grote papieroppervlak en de kaart vloog de hoge sparrenbomen in. In een wanhopige poging, hield ze hem nog even tegen en stond even later met alleen het onderdeel ‘legenda’ in de hand.

We waren voor de vogels gekomen en we zagen er af en toe wel wat langs komen waaien: nogal wat houtduiven, zwarte kraaien, vinken en we hoorden zelfs nog een grote bonte specht, maar geen zwarte. In de luwte van wat bomen en struiken konden we twee winterkoninkjes ontdekken. Dat was het dan ongeveer.

Pechvogel

Na een chaotisch min of meer democratisch besluitvormingsproces gingen we dan maar terug naar het beginpunt. Op het parkeerterrein waren wij nog de enige drie auto’s, of eigenlijk beter gezegd de enige twee auto’s: de auto’s van Arthur en Reinier. De auto van Marcel, een aspirant-lid dat voor het eerst meeging en zo vriendelijk was zijn auto gratis ter beschikking te stellen, verdiende die naam niet meer. Als een platgedrukt sardineblikje in een afvalbak stond hij daar onder het gewicht van een zware boom.

Marcel kon er niet om lachen en hij keek nog droeviger na een kort maar heftig telefoongesprek met zijn vrouw. Lekker knus in twee auto’s reden we naar het Café-restaurant Brambergen, bekend om zijn heerlijke koffie en appeltaart met slagroom. Het leek dicht te zijn. We belden aan, maar er kwam toch een aardige jonge vrouw naar buiten toen we aanbelden. “O jeetje, we hadden echt geen gasten verwacht vandaag, maar als u wilt, kunt u binnenkomen. Ik zal de verwarming aanzetten. Houdt u de deur wel even goed vast, want bij dit weer waait hij er nogal snel uit. Dat moeten we niet hebben. Wat doet u hier trouwens? Wie gaat er met dit weer naar buiten?”. Wij gaven maar geen antwoord. Bij een temperatuur van hooguit 15 graden nuttigden wij uitstekende appeltaart met uitstekende slagroom en uitstekende koffie. Even leek vogelen weer leuk te worden.

IJsvogel in de storm

De lunch gaf ons, en vooral Ad, weer nieuwe energie. Ad stelde voor om, ondanks het weer nog even naar een mooi plekje te rijden waar we de ijsvogel zouden kunnen zien. Vogelen zonder ijsvogels kan eigenlijk niet. De wind nam iets af, maar boezemde nog steeds ontzag in. We liepen langs een mooie beek, uitkomend op een soort vennetje, Ad voorop. En ja hoor, daar zat hij, die schitterende ijsvogel, hoewel hij er wel eens mooier uit had gezien, zie foto.

Na deze unieke natuurervaring reden we naar het zwembad. Marcel werd door een van ons nog even naar zijn huis in Leiderdorp gereden, waar hij meteen de verzekering kon bellen.

Waarnemingen

  1. vink
  2. merel
  3. bonte specht
  4. roodborst
  5. winterkoninkje
  6. koolmees
  7. ijsvogel
  8. houtduif
  9. zwarte kraai
  10. kauw
  11. pechvogel

 

Het einde van een nieuw begin

Fietsziekte

RM4_0321.jpg
Fietsen in Ierland (1979)

In 1979 werd ik besmet met de fietsziekte. Die is nooit meer overgegaan. Met een in Londen gekochte tweedehands Peugeot fietste ik door Engeland en Ierland, een tocht van bijna 2500 km. Een goed begin is het halve werk.

 

RM4_0370.jpg
Met de fiets in Barcelona (1980)

In 1980 had ik een weddenschap afgesloten dat ik op een bepaalde dag in augustus met mijn fiets op de Ramblas van Barcelona zou staan. En zo geschiedde. Na een levensgevaarlijke tocht over bergen en door onverlichte tunnels stond ik daar. Twee jaar later fietste ik nog eens 2000 km naar Spanje. Petra en ik zetten deze traditie voort met fietstochten naar Frankrijk, Engeland en Ierland, totdat onze zoon geboren werd. Ik moest 15 jaar (tot ik bijna 57 was) wachten voordat deze zoon het van Petra wilde overnemen.

Vader en zoon

film1_0028.JPG
fietsen in Frankrijk (2005)

Mijn zoon en ik maakten tussen 2005 en 2009 vijf mooie fietstochten door Frankrijk, Noorwegen en Zwitserland. Tijdens de laatste tocht had mijn zoon veel meer energie dan ik. Verveeld stond hij regelmatig boven op een helling op zijn hijgende en puffende vader te wachten totdat die eindelijk boven was. Toen wij aan het eind van de fietstocht in de binnenstad van Basel vlak voor het vertrek van de nachttrein aan de fondue zaten, wisten we dat ook deze periode afgesloten was.

Een nieuwe start

Eenzaamheid

IMG_7381.JPG
Eenzaam

Wat nu? Na lang aarzelen besluit ik in 2010, het jaar dat ik 62 zou worden, de oude eenzame fietstraditie weer op te pakken. Ik neem de boot van IJmuiden naar Newcastle en begin daar door Noord Engeland richting Schotland te fietsen. Ik vind het heel vreemd zo alleen. De eerste dagen ben ik bang dat ik ga hallucineren. Ik ben helemaal niet gewend aan die eenzaamheid, maar elke dag voel ik me een stukje beter. Ik ontdek dat het toch heel ontspannend kan zijn een hele dag alleen naar de wind, het landschap en de regen te kijken en te luisteren.

Kamperen voor 60-plussers

Ik heb een minuscuul tentje gekocht, waar ik alleen languit liggend in pas. Zelfs om in te zitten is het te laag. Als ik tussen de caravans en een enkele bungalowtent sta met deze overdekte slaapzak voel ik me een oude gek van over de zestig, maar ik slaap uitstekend. Wel word ik een keer midden in de nacht wakker van een enorme explosie niet ver van mijn tent. Een paar vandalen hebben in Innerleithen een leegstaande caravan in brand gestoken, waarvan de gasflessen luid explodeerden. Steekvlammen van 20 meter hoog komen uit het al bijna uitgebrande dakloze karkas.

IMG_7483.JPG
Overblijfselen van mijnbouw

Ik maak een prachtige tocht richting Holy Island. Ik let goed op het bord “Holy Island Causeway Safe Crossing Times” zodat ik op de terugweg van het eiland niet door een meter water hoef te fietsen. Ik geniet van de mooie landweggetjes met bloeiende meidoorns. Ik repareer het lek dat een doorn van zo’n struik in mijn dikke fietsband had weten te priemen. Ik geniet van tea and scones in zaaltjes met vooral oude dames, kom tot mijn verbazing een Tibetaanse tempel tegen in Eskedalemuir. In rijd tientallen kilometers door kale ruige veenlandschappen met hier en daar een overblijfsel van oude mijnindustrie totdat ik weer in de buurt van Newcastle kom.

Schoenen in de regen

IMG_7509.JPG
Mijn tentje bij Wellhouse Farm

Na een eindeloze tocht door de stromende regen kom ik bij Wellhouse Farm aan, een camping 20 km ten Westen van Newcastle. Ik ben de enige kampeerder. In de motregen warm ik mijn chili con carne op. Het gekke is dat ik er met volle teugen van geniet, dit eenzame kamperen in de regen. Ik kan nog even droog zitten in een gemeenschappelijke ruimte maar dan ga ik maar slapen. Het wordt een zware nacht. Het waait hard en het regent voortdurend. De tent begint te lekken. Alles wordt vochtig. Mijn slaapzak wordt zwaar van het water maar is van binnen nog droog. Om een uur of vier ga ik even naar de WC. Dan zie ik dat ik mijn schoenen buiten heb laten staan. Ze staan vol water. Om zeven uur sta ik op. Dat wil zeggen: liggend in de tent trek ik een droge broek en droge trui aan. Dat zijn voor een 60-plusser best acrobatische toeren. Ik doe de kletsnatte slaapzak in een plastic zak en trek mijn kletsnatte schoenen aan. Alles ingepakt, inclusief natte tent. Na betaling van £5 voor deze verschrikkelijke nacht fiets ik richting Ferry Newcastle-IJmuiden.

IMG_7511.JPG
Breakfast!

In een buitenwijk van Newcastle bestel ik een heerlijk vet ontbijt van eieren, spek en worstjes met toast en fiets verder naar de boot, waar ik al mijn natte spullen in mijn hut te drogen leg. Ik trek mijn sandalen maar aan in plaats van mijn doorweekte schoenen.

Geen val maar een schuiver …

Ferry uit Newcastle

De volgende dag had het definitieve einde van mijn fietscarrière kunnen zijn. Ik ontbijt op de boot en ga even naar een winkeltje om iets voor Petra te kopen. Dan loop ik over de verschillende dekken. Met het cadeautje voor Petra in mijn hand loop ik zo’n typische trap met een stalen wafelpatroon op de treden af. Blijkbaar zijn mijn sandalen glad. Voordat ik het weet lig ik onderaan de trap, misschien wel 6 meter lager. Tijdens de val had ik het cadeautje in de lucht gehouden. Bezorgde mensen lopen naar me toe en vragen of ik hulp nodig heb, of ik niets gebroken heb. Nog verdoofd door de schrik zeg ik in keurig Engels: “Actually I did not fall, I only made a long slide.” Dat was correct. Ik had alleen boem-boem-boem-boem alle treden langs mijn rug voelen schuiven. Ik had niets gebroken. Ik had zelfs geen blauwe plekken. Alleen in het cadeautje – een blikken doosje met snoepjes – zat een grote deuk.

Weg met die tent

De volgende dag fiets ik door het mooie Noord Holland van IJmuiden naar Leiden en lever de snoepjes af. Ik ben nog heel. Ik heb sinds deze vakantie nog elk jaar een lange fietstocht gemaakt, maar het tentje heb ik voor heel weinig geld verkocht. Het was ook niets waard.

P.S.
Ik ben ook nooit meer met een tentje gaan fietsen, maar heb steeds in B&B’s en hostels overnacht. Met het fietsen ben ik vrolijk doorgegaan met lange tochten door Engeland/Schotland, Ierland, Duitsland/Frankrijk en Polen.