De woestijn rukt op bij de Merenwijk

Overbegrazing

Klik op de figuur voor de brief (PDF)

 

In april 2012 begon na een lange winter het tere gras langzaam weer te groeien op die mooie dijk aan de overkant van de sloot bij ons huis aan de Rivierforel. Maar dat plezier duurde niet lang. De gemeente Leiden zette een zware kudde schapen en geiten in om met dat gras korte metten te maken. Al gauw was het een stuivende zandbak met stoffige dieren daar tegenover ons.

Ik schreef een boze brief aan de Wethouder, met onder meer de volgende tekst:

Geiten op de dijk: de woestijn rukt op

“Was het voorheen een plezier om naar de bloemenpracht op de dijk te kijken. Nu is hij overwegend grijs met hier en daar een distel die de vraatzucht van de geiten overleeft. Op de hierbij gevoegde foto’s is het grijs een bodem waar het gras vrijwel geheel verdwenen is.”

 

Woestijnvorming

De gemeente Leiden nam de zaak serieus en ik werd enige tijd later door een ambtenaar opgebeld. Zij zei deze zaak niet licht op te vatten en wees nog eens op de educatieve functie van de kinderboerderij, van wie deze dieren zijn. “Wij willen door de kinderboerderij bijdragen aan milieubewustzijn en liefde voor de natuur en dan kan het natuurlijk niet dat wij door slecht beheer de vegetatie op die dijk schade toebrengen.”

Ik kon me daar natuurlijk honderd procent bij aansluiten, maar toch kon ik het niet laten hier ook de humor van in te zien. “Ja, mevrouw, dat is heel goed dat u deze concrete voorbeelden ook in het onderwijs gebruikt. Misschien hoeft u wel helemaal niets te veranderen. U kunt die dijk tegenover ons huis gewoon voor de les ‘woestijnvorming’ gebruiken. De Sahel in het klein. Door geiten rukt de Sahara op.”

Zij vond het helemaal niet grappig. Gelukkig is het beheer is sindsdien wel iets beter geworden.

 

Het depressieve leven van een zeepok

Als zeepok vastgelijmd aan de ondergrond – dat moet maar eens voorbij zijn

Een bijzonder diertje
Belanus perforatus – Foto Fitis-Sytske Dijksen (http://www.freenatureimages.eu)

De zeepok is een bijzonder interessant diertje. Het leven van de zeepok begint als het uit een bevrucht eitje komt. Het is dan een vrij zwemmend kreeftje, ook wel de nauplius genoemd. Het kreeftje zwemt zo’n zes maanden vrij rond en gaat dan op zoek naar een vaste verblijfplaats. Na een zoektocht van een paar dagen tot een week, hecht het zich met een soort lijm vast aan het oppervlak van een steen of een paal en dan is het met de beweeglijkheid gedaan. Daar zit hij dan op een vaste plek. Hij verandert in de cypris, de zeepok die we allemaal kennen. Hij kan zijn pootjes nog wel bewegen om eten naar binnen te trekken, maar van plaats kan hij niet meer veranderen.

Help, ik word een zeepok!

Hoewel ik in principe nog steeds vrij kan rondlopen, begin ik toch steeds meer eigenschappen van de zeepok in het tweede stadium te krijgen. Ik heb mij hier vastgelijmd aan het koophuis in de Merenwijk. Men dreigt nu onze directe omgeving door dwaze ontwikkelingsplannen te gaan verpesten. Zie daarvoor de vorige blog. Samen met de andere zeepokken in de straat kom ik in opstand. We roepen in koor: “een schandaal!” en blijven lekker aan onze basaltblokken vastkleven. Een ander uitzicht dan op de dijk met de populieren kunnen wij ons niet meer voorstellen. Over wegzwemmen denken we niet eens. Die gave hebben we allang verloren sinds wij ons hier als jonge nauplius hebben vastgezet.

Mijn eerste verhuizing in Utrecht: van de Croeselaan naar de IBB-laan (1969)

Dat is wel eens anders geweest! Wat heb ik toch heen en weer gezwommen als nauplius sinds het moment dat ik in Den Haag geboren werd in 1948. Een eerste inventarisatie levert 15 adressen op. Het kunnen er wel een of twee meer geweest zijn. De kortste verblijftijd is een paar maanden (in Groningen op de vlucht voor relatie-ellende). De langste verblijftijd is 26 jaar: aan de Rivierforel waar ik toch wel bijna het vastzittende zeepokstadium bereikt heb.

Toch maar het zwemmen niet verleren

Ik heb besloten dat ik maar weer eens leer bewegen. Wie weet blijf ik hier nog 15 jaar zitten, maar als het nodig is zwem ik weg. En als het niet nodig is, blijf ik lekker van deze plek genieten. Van een zeepokkenexistentie word je alleen maar depressief. Het gevoel niet meer weg te kunnen. Nergens voor nodig.

PS

Een echte zeepok ben ik nog niet geworden. Ik was dan niet alleen tweeslachtig geweest, maar ik had in de paartijd een piemel gehad van 7x mijn eigen lengte, meer dan 12 meter! Ik had dan vastgekleefd aan de bank en kijkend uit het raam met gemak de buurvrouw kunnen bevruchten, maar we hadden elkaar nooit kunnen zien. Toch geen echt leuk idee.

 

Tijd duur Adres
1948-1949 1 Den Haag
1949-1954 5 Groningen, Grote Lelystraat
1954-1960 6 Ede, Arnhemseweg 53
1960-1967 7 Ede, Nieuwe Kazernelaan 73
1967-1968 1 Bosch en Duin, Biltseweg 29
1968-1969 1 Utrecht, Croeselaan 144
1969-1972 3 Utrecht, IBB-laan 41 k. 358, later k. 360
1972-1973 1 Groningen, van Heemskercklaan
1973-1975 2 Groningen, Nieuwstraat 73
1975-1977 2 Groningen, v.d. Waalsstraat 1A
1977 <1 Groningen, Haydnlaan 5 (?)
1978 <1 Groningen, Taco Mesdagplein ..
1978-1985 7 Leiden, Breestraat 38
1985-1992 7 Leiden, Morssingel 197
1992-2018….. >26 Leiden, Rivierforel 45