Vogeloases in de industriewoestijn

Excursie van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden
naar een herfstige Tweede Maasvlakte,
8 oktober 2017

Eerder gepubliceerd als officieel verslag van de vogelwerkgroep.

Om iets over negen staan er vier natgeregende auto’s geparkeerd tegen een achtergrond van containerinstallaties, stoompluimen, regenwolken en een gloednieuw gebouw waar wellicht een bijdrage aan onze economie wordt geleverd. Wat bezielt een dertiental vogelaars om deze industriewoestijn in te rijden?


Maasvlakte (Anke Burgers)
 
Natuurexcursie (Reinier de Man)

Onder vogelbiologen wordt al enige jaren over de omstreden theorie van ‘reverse migration’ (omgekeerde trek) gediscussieerd. Bij vogels zou in sommige gevallen een Noord-Zuid-verwisseling in hun interne kompas plaatsvinden en dan trekken die arme beestjes tot 5000 km te ver in de verkeerde richting, tot groot plezier van Nederlandse vogelaars, maar daarover straks meer. Vogelaars lijden hier ook wel eens aan, geloof ik. De vogelwerkgroep Leiden had natuurlijk in noordoostelijke richting de prachtige natuur van Gelderland of Drenthe in moeten trekken, maar het interne kompas staat die ochtend nu eenmaal op zuidwest.

Het weer is pittig herfstachtig: prachtige wolkenluchten, een graad of veertien, mooie kleuren op zee en land en af en toe een verfrissende bui. Ons eerste kijkpunt is op de uiterste landpunt tegenover Hoek van Holland bij de gesloten ‘Smickel Inn – Balkon van Europa’.
Verre vogels (Reinier de Man)

Onderaan de dijk staat een gewonde bontbekplevier op de enige poot die het nog doet. Vanaf het bootvormige terras kunnen we vooral naar aalscholvers kijken. Bij gebrek aan spannende waarnemingen begint een van ons licht te hallucineren en heeft het, kijkend naar aalscholvers, over de betoverende vlucht van aasgieren. We rijden nog een stukje de Maasvlakteweg terug en beproeven ons geluk vlakbij de blokkendam. Niet alleen houden vogelaars van vogelen. Ze denken soms ook nog recht op mooie waarnemingen te hebben. Dit leidt tot allerlei nepnieuws. De tot Jan van Gent opgewaardeerde witte vogel, blijkt al snel een meeuw te zijn, volgens Ad zeer zeker een ‘zeemeeuw’.


Serieus vogelen (Anke Burgers)

Tjiftjaf (Anke Burgers

Bij een paar struikjes aan de binnenkant van de dijk is meer te zien: verschillende kleine vogeltjes. De heggemussen zijn onmiskenbaar. Over de bladkoning bestaat nog twijfel: wel oogstreep, maar ook het vereiste streepje op de vleugel? Waarom maken ze die vogels dan ook zo klein? Geef mij maar een zeearend.

Nog een stukje terug, bij het ‘telpunt’, een mooie plek bij strand en duinen, worden we niet alleen op een regenbui maar ook op interessante vogels ver weg zee getrakteerd. Dat er een of andere jager vliegt, is wel duidelijk, maar deze vogel houdt liever afstand dan ons gemakkelijk zijn identiteit te verraden.


Steenloper (Reinier de Man, IJmuiden 2016)
Het voorstel om hem gewoon maar ‘jager’ te noemen, wordt door Ron Mes afgewezen: “Ik ben zeker van mijzelf”, onderstreept hij later nog eens in een e-mail. “Het is een middelste jager”.  De steenlopertjes laten zich wat gemakkelijker herkennen.

Al is de vogeloogst nog mager, toch is er al behoefte aan een culinaire en sanitaire stop. Op weg daarheen een stukje industrie-excursie. We rijden langs de west- en zuidoostrand van de tussen 2008 en 2013 aangelegde tweede Maasvlakte[1] om dan op de voormalige westkant van de eerste Maasvlakte aan te komen, waar het bezoekerscentrum ‘FutureLand’ gevestigd is. In het cafetaria met de poëtische naam ‘New Fork FutureLand’ nuttigen wij soep, appeltaart en nog veel meer. De Rotterdamse haven is trots op zijn Maasvlakte en schept op met ‘groot, groter, grootst’: met de grootste containerterminals en met het grootste schip ter wereld dat in z’n eentje een heel boorplatform kan optillen. Maar daar komen wij niet voor. Wij zijn op zoek naar een heel klein vogeltje, de bladkoning.

Na de maaltijd gaan we op weg naar de Slufter en de Slikken van Voorne, de baai die tussen Voorne en de Maasvlakte ontstaan is. Velen van ons herinneren zich nog het beroemde ‘autostrand’ dat hiertegenover lag. Die auto’s zijn er niet meer en de baai is een fantastisch slikkengebied geworden, waarin zich mooie kwelders ontwikkelen.

Wij stoppen eerst bij een kijkhut even voorbij de Slufter. Aan de zeekant de Slikken van Voorne, aan de andere kant de Slufter. Aan de zeekant zit niet veel, maar bij de Slufter kunnen we zowat alle eendensoorten bewonderen (tafel, kuif, krak, wild, berg, etc.). Het weer wordt steeds mooier en de wind neemt af. Dan komen wij een paar Belgen tegen. Een van hen laat een foto zien: “weet u wat dat voor vogeltje is?” horen wij in een licht Antwerps accent. Nou, daar zijn we niet zo blij mee. Die buitenlanders komen hier een dagje fietsen en zien dan op fotografeerafstand een bladkoning. Dat is bijna niet netjes. Wel zeggen ze ons waar het beestje heeft gezeten, maar daar zien we niets.
We rijden nog even terug naar het uitkijkpunt over de Slufter. Wie heeft dat onhandige hek gebouwd? Nou ja, we zien toch heel veel. Niet alleen grote groepen kluten beneden en nog een keer de hele eendenverzameling, maar daar komt, behalve een torenvalk en een buizerd, zowaar een ruigpootbuizerd met witte stuit langs vliegen.

Opgesloten vogelaars(Anke Burgers)
Ruigpootbuizerd (Eke van Batenburg)

Het heeft iets ironisch dat we juist hier bij de Slufter zoveel mooie vogels zien. Hij is aangelegd voor de berging van baggerslib dat te verontreinigd is om in de Noordzee te mogen storten[2]. Nu bewonderen wij juist hier de schoonheid van tientallen kluten, bergeenden en roofvogels. Hebben die vogels geen last van die viezigheid of is die diep de bodem in gezakt? Vragen waarop we die dag geen antwoord krijgen.

De dag eindigt toch nog in een mooi crescendo. Lopend over het pad door de begroeiing die aan de Slikken van Voorne grenst, zien wij steeds meer kleine vogeltjes, zoals heggemus, roodborst en zwartkop.

Ook worden er koperwieken waargenomen. Eén vogel zou een klapekster zijn, maar voor mij was die te snel weer uit beeld.Tenslotte wordt ons geduld beloond. Vanaf een plek die ons door collega-vogelaars was doorgegeven (kijk bij de boomstronk op het pad!) konden we ze dan eindelijk zien, die bladkoninkjes. Duidelijke oogstreep. Duidelijke strepen op vleugels. Op dat moment trekt er nog een fikse regenbui over. De bladkoningen zijn even weg maar komen weer terug. Bladkoning (met toestemming van Leo Tukker)
http://leotukker.zoom.nl/fotos/index.html

Er wordt van de bladkoning wel beweerd dat hij regelmatig lijdt aan het hierboven al terloops genoemde defecte kompas: ‘reverse migration’[3]. Als het herfst wordt, vliegen ze dan 180 graden verkeerd vanuit hun broedgebieden. Bladkoningen broeden in Oostelijk Rusland en Siberië. In plaats van naar het Oosten te vliegen, trekken ze dan naar onze streken. Ongelooflijk dat zo’n klein vogeltje meer dan 5000 km aflegt. Een mooie samenloop van omstandigheden is dat die bladkoningen op die manier die rare vogelaars, die aan dezelfde kwaal lijken te lijden, op een klein weggetje door de duinbegroeiing kunnen tegenkomen.

We komen nog langs een vogelscherm dat niet uitblinkt door telescoopvriendelijkheid en dan sluiten we de dag af bij een prachtig uitzicht op de Slikken van Voorne. Hier zit teveel om op te noemen. Een kleine selectie: tientallen pijlstaarten, honderden wulpen, bonte strandlopers, tureluurs, en diverse pleviersoorten. Als ondergetekende, chauffeur van een van de auto’s, op de terugweg een kleine navigatiefout maakt, moeten we ergens omkeren. Op dat punt komt, als een mooi slotakkoord van deze herfstsymfonie, de ruigpootbuizerd nog even afscheid nemen.

Reinier de Man

 

[1]https://www.maasvlakte2.com/nl//nl/home/ ;https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_Maasvlakte;

[2] https://www.portofrotterdam.com/nl/de-haven/bereikbaarheid/de-slufter

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Bladkoning Over het verschijnsel ‘reverse migration’ bestaat inmiddels een rijke literatuur van elkaar tegensprekende hypotheses, gegevens en redeneringen. Bijvoorbeeld: https://en.wikipedia.org/wiki/Reverse_migration_(birds) en http://britishbirds.co.uk/wp-content/uploads/article_files/V96/V96_N09/V96_N09_P427_438_A003.pdf