Dure blikvernauwers

Meer betalen om minder te zien

20170115_155550

Help, ik heb 1000 Euro uitgegeven om minder te kunnen zien. Hoe is zoiets mogelijk? Als lid van de vogelwerkgroep Leiden van de KNNV neem ik regelmatig aan excursies deel. De leden van deze werkgroep sjouwen telescopen en statieven van vele kilo’s door de polder om dan helemaal aan het eind van het veld een graspieper van een waterpieper te kunnen onderscheiden. Ik kon niet achterblijven en heb ook zo’n joekel gekocht.

Na een dag sjouwen kom ik dan thuis, in de regel met lichte rugklachten en soms met interessante waarnemingen. Ik heb mij laten misleiden. Er werd gezegd: neem een ‘scoop’, dan zie je een stuk meer. Had je gedacht. Je ziet een stuk minder.

RM2_8366_DxO.jpg

Stel dat je zonder hulpmiddelen een blikveld hebt van iets meer dan 40 graden (de kijkhoek van een klassieke kleinbeeldcamera met een 50 mm lens), dan neemt dit veld af tot minder dan 1 graad bij een 50x vergroting. Zonder vergroting is mijn blikveld op 250 meter zo’n 180 meter. Met vergroting van 50x zie ik op die afstand nog een stukje van minder dan 4 meter breed door mijn dure scoop.

Jachttrofeeën uit de blikvernauwer of genieten van de wijdse natuur?

Onlangs heb ik mij laten verleiden in Noordwijk naar twee verdwaalde dwerggorzen te gaan kijken. Na lang wachten hadden we ze dan eindelijk in de scoop. We konden de waarneming van een zeldzaamheid aan onze jachttrofeeën toevoegen. Maar laten we nu eerlijk zijn: wat is nu mooier, een groep van 400 smienten in het prille ochtendlicht of twee van die schriele vogeltjes in onze dure blikvernauwer?

Misschien wordt het tijd voor een nieuw type scoop: de groothoekscoop. Een apparaat waardoor je een grotere beeldhoek krijgt. Een omgekeerde verrekijker is misschien te veel van het goede, maar geeft wel een idee van welke richting het op moet. Een wijdere blik op de betoverende natuur om ons heen. Hiermee zullen we gigantische zwermen trekvogels kunnen waarnemen. Dat we dan niet meer kunnen onderscheiden, welke soorten het zijn, dat moeten we dan maar op de koop toenemen.

Of we kijken toch af en toe even stiekem door onze dure blikvernauwer.

RM2_9128.jpg
Dwingelderveld: Davidsplassen – dit zie je niet door een scoop

 

Op glad ijs

Een onofficiële excursie van vier eigenwijze werkgroepleden naar Starrevaart, Katwijk, Noordwijk en Lentevreugd op 15 januari 2017

Toen om kwart voor acht in de ochtend drie auto’s over beijzelde Leidse wegen het zwembad hadden bereikt, werd de officiële beslissing van het werkgroepbestuur aan een van ons doorgegeven. De moed zakte in acht vogelaarsschoenen. Een dagje Zeeland had zo mooi geleken. Er was in het vooruitzicht gesteld dat er ijseenden, roodkeelduikers, roodhalsfuten en nog meer lekkernijen geserveerd zouden worden. Hongerig naar vogelaarshoogtepunten stonden wij met z’n vieren op het koude verlaten parkeerterrein van het zwembad de Vliet. Maar een beslissing van het bestuur is een beslissing en die hoor je te respecteren.

 Zwarte ibissen (Reinier de Man) Dan maar een niet-officiële excursie. Spontaan reden er drie auto’s (één was genoeg geweest, maar wat wil je zonder straffe leiding?) over de gladde wegen naar de Starrevaart. Het was nog ruim voor zonsopgang. Al gauw bleek dat je helemaal niet naar Zeeland hoeft voor grensverleggende ornithologische ervaringen.

De zwarte ibissen stonden nog rustig op één poot te slapen, terwijl wij onze ochtendkoffie naar binnen slurpten. Een gigantische hoeveelheid kolganzen had nog even tijd nodig voor ze in de omgeving gingen foerageren. Een mopperkont had kunnen opmerken dat we geen roerdomp en zelfs geen ijsvogel zagen, maar we hadden niets te mopperen: wel achttien kleine zwanen, prachtige mannetjes en vrouwtjes brilduikers met bijbehorende baltsrituelen, heel mooie nonnetjes in het prille morgenlicht, dodaarsjes en alle soorten eenden die je hier verwacht.

Kolganzen (Reinier de Man) Nonnetje (Reinier de Man)

Terwijl de kolganzen in grote troepen de plas verlieten kwamen er honderden (duizenden?) smienten terug van hun nachtelijke tocht naar de weidegebieden in de omgeving.

Er was geen plan. Maar er ontstonden uitstekende ideeën en van het één kwam het ander. Bij de Starrevaart waren wij op gang gekomen en wij waren niet meer te stoppen. Er werd ‘Katwijk’ geroepen en het werd, zonder enig overleg, Katwijk bij de uitwatering, want daar zou wel het een en ander aan exotisch vogelmateriaal te vinden zijn.

In Katwijk bij de uitwatering waren in eerste instantie vooral meeuwen te zien: zilvermeeuwen, stormmeeuwen en kokmeeuwen. Interessant was hoe ver de zwarte kop bij sommige kokmeeuwen al ontwikkeld bleek te zijn.

 

Kokmeeuwen, stormmeeuwen, zilvermeeuwen, grote mantelmeeuw (Reinier de Man)

Leuk was dat we een kanoetstrandloper bij het uitwateringskanaal in de kijker kregen, maar we waren eigenlijk, samen met nog meer driftig heen en weer lopende vogelaars ter plaatse, op zoek naar iets veel zeldzamers. De laatste dagen waren er veel meldingen van zowel grote als kleine burgemeester, een meeuw die wel iets van een zilvermeeuw heeft, maar dan zonder zwart aan de vleugelpunten. Na contact met een aantal vogelaars kwamen we die ene kleine burgemeester eindelijk op het spoor. Daar liep hij heen en weer met een mossel in zijn snavel tussen de zilvermeeuwen. Een juveniel exemplaar, maar met een heel andere kleur en tekening dan een juveniele zilvermeeuw. Steeds liep hij een stukje naar het Noorden en dan zwom hij een stukje in het water. Wij er met de telescopen achteraan richting Noordwijk. Toen wij hem heel goed gezien hadden, zijn we nog een stukje door de duinen gaan lopen

Na de zwarte ibis en de kleine burgemeester kon er nog wel een zeldzaamheid bij: op naar de Achterweg in Noordwijk, op dit moment beroemd door de aanwezigheid van twee dwerggorzen, kleine vogeltjes die zich op een ruig terreintje aan de Achterweg vooral in de braamstruiken ophouden. We dachten ze te zien en toen kwam er een vogelaar van de andere kant op de struik af. Onze ergernis bleef binnen de perken toen we zagen dat het de vriendelijke Engelsman was die ons in Katwijk bij het vinden van de burgemeester had geholpen. Inmiddels stond er ook een echtpaar uit Twente bij ons, op bezoek bij hun eerste kleinkind en op de terugweg nog even langs de dwerggors. Tenslotte konden wij, samen met Twentenaren en Engelsman, de beestjes heel mooi zien, op een bepaald moment dicht bij elkaar zittend in een boompje bij de braamstruik.

Lentevreugd (Reinier de Man) Die dag kon niet meer stuk, maar waarom niet even langs Lentevreugd? De velduil die je daar kunt zien, vertoonde zich niet, wél de bonte kraai.

Ondergetekende kreeg van de andere deelnemers de wind van voren toen hij zei dat hij van een bonte kraai nou niet echt opgewonden raakte, want “in Schotland zie je niet anders”. Zoiets bleek tegen het zere been van de oprechte vogelaar. Van bonte kraaien dien je wél opgewonden te raken. Langzaam begon de zon weer de horizon te naderen. Het was een mooie dag en we gingen voldaan naar huis. Aan Zeeland hebben we niet gedacht. Natuurlijk hopen we dat de andere werkgroepleden stinkend jaloers zullen zijn op onze prachtige lijst. Maar we weten wel dat het niet om de lijst gaat. Het gaat om het plezier. En dat zat wel goed.

Reinier de Man