Onverantwoordelijke Bergheggenmus

Vreemde vogel veroorzaakt meer dan zes ton CO2-uitstoot

Op 21 oktober vloog een zeldzame bergheggenmus voor het eerst in de geschiedenis naar de Maasvlakte. Dat beestje was waarschijnlijk gewoon de weg kwijt geraakt, want het hoort hier niet. Het was dan ook de eerste keer dat het in Nederland werd waargenomen.

Het was wel een bijzonder onverantwoordelijke fout. Men zou denken dat zeldzame vogels oog hebben voor milieu en duurzaamheid. Deze vogel echter toonde een volledig gebrek aan verantwoordelijkheid. Had hij gewoon opgelet, dan was er die ochtend zes ton minder CO2 uitgestoten! Wat was namelijk het geval? Nadat het nieuwtje via de tamtam van de socbhmiale media tussen de verschillende vogelaarstammen door heel Nederland was doorgetrommeld, startten overal de milieuvervuilende roestbakken richting Maasvlakte, beladen met mega-telescopen en zware teleobjectieven. Laten we zeggen dat het er vier honderd waren (het zouden er ook veel meer geweest kunnen zijn) en dat ze gemiddeld 120 km moesten rijden om aan dit feest deel te nemen. In dat geval had dat domme beest 48000 autokilometers op zijn of haar geweten! Niet zo duurzaam, lijkt mij. Tegen de 3000 liter benzine ging hier na verbranding als water, CO2 en NOx de uitlaten uit. Beste Bergheggenmus, je hebt meer dan zes ton CO2 onnodig de lucht in laten gaan!

Met dezelfde CO2-uitstoot had je veel nuttigere dingen kunnen doen. Zo had één vliegtuigpassagier hiermee bijna 50.000 km kunnen vliegen. Had je dan in het vliegtuig geen passagier van 70 kg maar hetzelfde gewicht aan bergheggenmussen (zo’n 30 gram per stuk) vervoerd, dan hadden we iets meer dan 2000 van deze vogels bijna 50.000 km kunnen laten vliegen zonder dat ze hun eigen vleugels hadden moeten gebruiken. Of anders uitgerekend: we hadden hiermee zo’n 10.000 bergheggemussen in tourist class van Vladivostok (Siberië) naar de Maasvlakte (rond 10.000 km) kunnen vervoeren.

1296889267_110205-%eb%a9%a7%ec%a2%85%eb%8b%a4%eb%a6%ac_023_fil

Wat op 21 oktober gebeurd is, moet in de toekomst worden uitgesloten. Er zijn verschillende oplossingen denkbaar, waaronder een voorlichtings- of trainingscampagne onder (in Nederland) zeldzame vogels met de titel “Houd koers – vlieg duurzaam”, een rigoureus verbod op het doorseinen van dit soort absurde waarnemingen of desnoods een hoge belasting op het vervoeren van vogeltelescopen. Er moet wel íets gebeuren.

P.S.
Mochten er onnauwkeurigheden, onjuistheden in de berekeningen zijn geslopen, dan houd ik mij aanbevolen voor correctievoorstellen.R.

 

Bron van de foto: http://www.ad.nl/dossier-rotterdam/vogelaars-rukken-massaal-uit-voor-eerste-bergheggenmus-ooit~a770e800/

Kernafval: getikte problemen – getikte oplossingen

Kernenergie: afval is het echte probleem

62145_4

Kernenergie is niet het succes geworden dat de optimistische technocraten ons in de jaren 50  beloofden. Van die droom staat alleen nog het Atomium in Brussel overeind.

Veiligheidsproblemen – met Tsjernobyl en Fukushima als bekendste dieptepunten – en decennia van heftig maatschappelijk verzet hebben de opmars van de kernenergie gestopt. Hier en daar is kernenergie al op de terugtocht.

ee

Het meest opmerkelijk is de Duitse Energiewende na Fukushima: alle kerncentrales in Duitsland worden stilgelegd.

Maar veiligheidsproblemen zijn niet het grootste probleem van kernenergie. Ook al zouden deze opgelost zijn, het echte probleem van kernenergie is radioactief afval, dat tot een miljoen jaar gevaarlijk blijft en al die tijd van de biosfeer gescheiden dient te blijven. Technologieën om de hoeveelheid afval drastisch terug te brengen – snelle kweekreactoren hadden hier een rol kunnen spelen – waren geen succes. Technologieën waarmee gevaarlijk radioactief afval kan worden omgezet in minder gevaarlijk afval (‘transmutatie’) zijn grotendeels nog science-fiction. Het is eigenlijk nauwelijks voor te stellen dat de uitbreiding van kernenergie in de afgelopen decennia heeft mogen plaatsvinden zonder dat dit probleem was opgelost.

In de late jaren 80 van de vorige eeuw heb ik mij al eens mogen bezighouden met dit krankzinnige probleem. De VVM (toen nog Vereniging voor Milieuwetenschappen) had het verzoek gekregen om een aanbeveling te doen voor de uitwerking van Actie 62 van het Nationaal Milieubeleidsplan. Ik heb toen in opdracht van de VVM een discussieproject geleid, waar we ons over de technisch-wetenschappelijke en ethische kant van het probleem hebben gebogen (de Man, 1991). Natuurlijk kwamen we tot de conclusie dat het een heel complex probleem was met de onmogelijke opgave om op basis van grote onzekerheden in huidige kennis beslissingen met gevolgen voor honderdduizenden jaren te onderbouwen.

Nederland doet niets – Duitsland komt in actie

In Nederland (toen de commissie OPLA) had een voorkeur voor geologische eindberging in bijvoorbeeld zout- of kleilagen. Een definitieve keuze zou op basis van nauwgezet geologisch onderzoek mogelijk zijn. Een voorkeur werd toen niet uitgesproken. Nu bijna 30 jaar hierna is de besluitvorming in Nederland eigenlijk minder ver dan toen. Over de definitieve berging is nog niets besloten. Wel is besloten het afval zeker 100 jaar bovengronds op te slaan bij COVRA en in de tussentijd de mogelijkheden verder te onderzoeken. Het gaat hierbij over heel weinig hoog-radioactief afval (tot 2130 ongeveer 401 m3 en een grotere hoeveelheid met lagere radioactiviteit (70.000 m3). Besluitvorming is niet voorzien tot rond 2033, het moment dat de kerncentrale in Borssele definitief uit bedrijf genomen wordt.

gor

Hoe anders is de situatie in Duitsland. Nu heeft men daar ook wel wat meer afval, ongeveer 75 keer zoveel als in Nederland. In Duitsland wil men snel werk maken van het zoeken naar locaties voor definitieve ondergrondse opslag. Eerdere pogingen in deze richting (‘Gorleben’) hebben tot gigantische conflicten geleid. De ‘Kommission Lagerung hoch radioaktiver Abfälle’ heeft recent een rapport gepubliceerd met voorstellen voor een proces voor de bepaling van geschikte locaties waarbij aan de ene kant technisch-wetenschappelijke informatie een belangrijke plaats krijgt en aan de andere kant een uitgebreid proces van participatie en inspraak zal worden gerealiseerd. Worden de voorstellen van de commissie aangenomen, dan zal dit resulteren in een wettelijke regeling, die ook in de opbouw van een nieuwe bestuurlijke structuur rond het management van het thema ‘opslag radioactief afval’ voorziet.

Een natte droom van nieuwe technocraten

Ik heb het (zonder bijlagen) 683 pagina’s tellende rapport proberen te lezen. Het is elke keer weer verbazingwekkend met wat voor gecompliceerde, abstracte, even geleerd klinkende als nietszeggende formuleringen de Duitsers zich blijkbaar laten afschepen. De grondtoon van het rapport is ronduit naïef. Het leest als een technocratisch sprookje: “We hebben het indertijd, toen de protesten over Gorleben uit de hand liepen, verkeerd aangepakt. Daardoor hebben we die mooie, veilige berging van radioactieve afvalstoffen in de zoutlagen niet kunnen realiseren. We hebben toen de maatschappelijke krachten verkeerd ingeschat en de verkeerde beslissingen genomen. Nu gaan we het beter doen. We gaan de bevolking er nauwer bij betrekken. We gaan nu het hele proces transparanter maken. Zo kan een herhaling van Gorleben worden voorkomen. Als de bevolking begrijpt dat we op basis van de beste informatie open en eerlijk de beste keuzes voorbereiden en die tijdig met alle betrokken bespreken, dan zal de besluitvorming op een brede consensus kunnen rekenen.”

xxx

Flauwekul natuurlijk. Door tientallen moderatoren in te zetten, een ‘Begleitgremium’ te installeren en ‘Regionalkonferenzen’ te organiseren, zal de bevolking zich niet laten belazeren. “De oplossing ligt al decennia klaar, nu moet de bevolking er nog achter komen te staan”, lijkt het naïeve geloof van een nieuwe generatie technocraten. Dat gaat niet lukken. Na de organisatie van het hele inspraakcircus, zal Duitsland weer terug bij af zijn. Zodra concrete locatiekeuzes aan de orde komen, zal het oude probleem weer boven komen. Dan zal blijken dat de bevolking een oplossing door de strot krijgt geduwd die nooit goed is doordacht.

Een curieuze denkfout

Waarom is ondergrondse berging verkozen tot de oplossing? Waarom zijn er geen alternatieven in discussie? Deze TINA-positie (“There is no Alternative!”) lijkt het gevolg van een curieuze denkfout. Terecht wordt vastgesteld dat het hoogradioactieve afval wel een miljoen jaar schadelijk blijft. Dan wordt daaruit geconcludeerd dat we snel een oplossing nodig hebben die het afval een miljoen jaar gescheiden houdt van de biosfeer. Waarom eigenlijk? Waarom hebben we opeens haast? We weten dat we die rotzooi een miljoen jaar uit het milieu moeten houden, maar  wie zegt dat we het probleem voor de komende miljoen jaar moeten oplossen? We dwingen onszelf om een project met een looptijd van een miljoen jaar te definiëren, iets wat nooit eerder gebeurd is in de geschiedenis. Het zou natuurlijk mooi zijn als we de oplossing voor een miljoen jaar met zekerheid zouden kunnen bieden. Die oplossing is er niet: er zijn nog heel grote onzekerheden en geen enkele zichzelf respecterende technicus kan een miljoen jaar veiligheid garanderen, ook niet voor opslag in diepe zoutformaties. Er zit niets anders op: we zullen oplossingen voor een goed gedefinieerde tijdsperiode moeten accepteren. Een mogelijkheid is de door Nederland besloten strategie voor een bovengrondse tussenopslag gedurende 100 jaar. Zo’n tijdelijke oplossing kan ook in zout- of rotsformaties, maar het blijft een tijdelijke oplossing.

Weg is niet weg!

De politiek wil het probleem van tafel, dat wil zeggen de radioactieve afvalstoffen de grond in, weg van de biosfeer, weg van beïnvloedingsmogelijkheden, weg van de politieke agenda. Daarbij postuleert zij dat er een definitieve oplossing bestaat. Zo’n oplossing is er nog niet. Door dit weg-is-weg-uitgangspunt wordt veel tijd, geld en deskundigheid aan het verkeerde probleem verspild. Prioriteit nu is het organiseren van acceptabele tussenoplossingen, voor 100 of 250 jaar bijvoorbeeld. Het Duitse inspraakcircus gaat over het verkeerde thema op het verkeerde moment. De onbegrijpelijke haast met het forceren van een definitieve oplossing wordt gelegitimeerd met een onzinnig ethisch argument: “we mogen toekomstige generaties niet opzadelen met onze problemen”. Mogen we toekomstige generaties dan wel opzadelen met een onbeheersbare situatie die ontstaat als onze mooie berekeningen van vandaag over 100, 1000 of 100.000 jaar niet blijken te kloppen?

 

Referenties

Kommission Lagerung hoch radioaktiver Abfallstoffe, Abschlussbericht, K-Drs. 268. https://www.bundestag.de/blob/434430/bb37b21b8e1e7e049ace5db6b2f949b2/drs_268-data.pdf

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Het nationale programma voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstoffen, juni 2016. http://www.autoriteitnvs.nl/binaries/anvs/documenten/publicatie/2016/6/24/nationale-progamma-radioactief-afval/het-nationale-programma-radioactief-afval.pdf

R. de Man, Ondergrondse berging van onverwerkbaar afval – Studie ter voorbereiding van een standpuntbepaling door de Vereniging voor Milieuwetenschappen ten aanzien van NMP-Actie 62, Publikatiereeks stralenbescherming nr. 1991/53, Ministerie van VROM, Leidschendam, december 1991.

Outsourcing Responsibility

A morning discussion at the sustainability department of a large textile retailer.

[fiction based on real cases]

  • Good morning. Did you look at the football match last night?
  • Yes, but it was a bit depressing to see how they lost against this second class club from Bremen …
  • I agree, but there is something else we should discuss: I just heard that there was a fire in a Bangladesh textile factory last night. Do you know more?
  • Yes, it seems that it was not as bad as the Rana Plaza accident in 2013 where more than 1000 people seem to have died. I heard some 10-15 women have died from smoke poisoning. The other 250 could leave the building safely. The building has not yet collapsed.
  • Are we somehow involved? Are we connected through one of our supply chains?
  • I did a quick scan of our supplier data. There does not seem to be a direct connection, although we suspect that one of our main suppliers is using (or has been using) the company that owns the production facility that just burnt down. Moreover, I checked on the website reprisk.com whether we should worry about any reputation risk now. It seems that we are not in the spotlight this time, but H&M and C&A should be worried more.
  • Yes, it seems very unlikely that NGOs like the Clean Clothes Campaign or similar NGOs will find out our third-tier-link to the accident spot. So we need not worry too much.
  • But we should follow this closely. In any case, we should have a good story ready before NGOs will try to damage our reputation. To build a good reputation and a strong brand takes years. It can be destroyed overnight.
  • What story do we need, just in case?
  • In any case, we should emphasize our strong commitment to BSCI, the Business Social Compliance Initiative, including our efforts to audit at least all our first-tier suppliers. Moreover, we should mention our participation in ACCORD, the Bangladesh Fire and Safety Accord and our policy with respect to the Living Wage issue. But I do not expect that we will be grilled by NGOs this time.
  • And what about our supply chains from Latin America? There appear to be some issues related to freedom of association and labour safety there.
  • Don’t worry too much. We are working with some companies to get things better, but public attention is not focussing on those countries. The issue has not yet been discovered by our stakeholders. We should not create an issue where it has not developed yet.
  • I will go for a cup of coffee. Can I get one for you, too?
  • Yes, strong coffee, no sugar, no milk please.

Rescuers search for survivors of Bangladesh building collapse

http://www.abc.net.au/news/2013-04-26/up-to-1,000-feared-dead-after-bangladesh-factory-collapse/4652206

What is wrong with this discussion? A virtual interview.

  • What do you think when hearing these CSR managers discuss the Bangladesh accident?
  • On one level, it is completely reasonable and understandable that they discuss the business risks as a result of this accident. On another level, it is almost depressing to hear that the death of 15 women is only discussed in terms of risks to the company. It seems that issues of responsibility and issues of business risks are not being distinguished at all.
  • I do not follow you. My understanding is that the company’s stakeholders act as watchdogs. These watchdogs then create business risks for the company. The business risks create a motivation for the company to act, to improve their own management and to create pressure on their suppliers or even on the suppliers of their suppliers to organize corrective action. In the end, the affected people only profit.
  • Yes, that is the theory. But I do see fundamental problems. The first problem is that the company’s ethical obligation to respect human rights (including worker safety such as fire protection) is virtually being replaced by purely commercially motivated risk management. The goal of reducing risks to people (violations of human rights) is being replaced by the goal of reducing risks to the company.
  • I do not see the problem. As I said: by reducing the company’s risks you are automatically reducing the risks to the people. Is not that great?
  • No, you are not doing this automatically. Therefore it is not great. The company is not acting on the basis of its own values, but on the basis of issues that come up. Issues are defined by stakeholders with their selective agendas and their selective capacity to observe and to report. Issues that are not on their agenda can be disregarded. Places where they are not present do not matter. This is a potentially dangerous tendency. Although companies like to call themselves proactive, they are increasingly becoming reactive, reactive to what selective stakeholders, those stakeholders that matter in terms of risk creation, define as issues. This is what I call: ‘outsourcing responsibility’.
  • What would you do differently then?
  • Companies should become more ‘proactive’ in the sense that they go beyond the agendas that their stakeholders define and commit themselves to solving problems that even their stakeholders have not yet defined. The best companies do already understand this.

___